Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat geschiedt volgens Aristoteles, wanneer wij waarnemen f Van het waargenomen object gaat een werking uit, die op een voor beweging ontvankelijk medium overgaat en eindelijk eene verandering teweeg brengt in het zintuig, dat als werktuig van waarneming dient. De waargenomen eigenschap: kleur, vorm, gewicht, enz., bestaat zoowel in het object, dat wordt waargenomen, als in het subject, dat waarneemt, of liever één en dezelfde eigenschap ontstaat, krachtens de werking des waarnemers, in object en subject beide. Bij het waarnemen of door het waarnemen ontstaat er een wisselwerking tusschen het object en de waarnemende ziel. In de actie van het zien wordt eensdeels de objectieve kwaliteit der kleur tot een kwaliteit, die gezien wordt; anderdeels wordt de vatbaarheid van het oog om te zien omgezet in werkelijk zien.

Ook hier past Aristoteles zijne metaphysische theorie toe op psychologisch gebied; potentialiteit (materie) wordt tot actualiteit (vorm) door middel van beweging (uitwendige oorzaak).

De afzonderlijke waarnemingsinhouden der verschillende zinnen vinden ten slotte hun verzamelpunt in een „eerste", d.w.z. opperste waarnemingsorgaan, dat bij elke afzonderlijke waarneming zijne medewerking verleent bij de perceptie van die eigenschappen, die door de gecombineerde werkzaamheid van onderscheiden terreinen van waarneming in de ziel worden opgenomen. Daartoe behooren grootte en beweging en voorts het vermogen om de verschillende waarnemingskwaliteiten te onderscheiden; eindelijk ook dat om, behalve de waarneming zelf, ook het feit waar te nemen, dat men iets waarneemt. Aristoteles schetst het verloop van het proces der kennisvorming aldus. Tusschen gewaarwording en waarneming, -— saamgevat in den term <xt<r&rp-i<;, — eenerzijds en de hoogere geestehjke acties anderzijds, onderscheidt hij als overgangstrap de aanschouwehjke voorstelling (fxvTaa-ia), namelijk een reeds meer of min gegeneraliseerd beeld van het object, dat door middel van de waarneming het duurzaam eigendom der ziel is geworden. Die tpxvroarl» berust physiologiscb op de voortzetting van de inwendige beweging, door de waar-

Sluiten