Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nemingsactie ingeleid, totdat zij het centraalorgaan heeft bereikt, dat, volgens Aristoteles het hart is. Die beweging wordt binnenwaarts bemiddeld door het bloed. In psychologischen zin bestaat de ptxvrourlet in het vermogen om indrukken te bewaren, is dus geheugen. Dat geheugen onderscheidt zich evenwel van een afzonderlijk herinneringsbeeld hierin, dat bij de <ptxvTat<ri<x de vroeger opgedane waarneming tijdelijk onderscheiden, niet opnieuw bewust behoeft te worden.

Uit versmelting van dergelijke aanschouwingsinhouden ontstaan voorts gewijzigde aanschouwingsbeelden, of phantasiebeelden in eigenlijken zin. Die aanschouwingsbeelden acht Aristoteles van zooveel belang, omdat zij de vorming der algemeene begrippen voorbereiden en den ondergrond vormen voor de mogelijkheid van aanwending van de taal als voertuig van denken. Tusschen de aanschouwelijke voorstelling en de eigenlijke denkwerkzaamheid ligt nog het meenen. Het meenen heeft betrekking op al wat toevallig, mogelijk en vergankelijk is; het eigenlijke denken op al wat eeuwig en noodwendig is. Het denken wordt nog weer onderscheiden in het fractische denken en het zuivere denken in begrippen.

Denken in den eigenlijken zin des woords is, volgens Aristoteles, het begrijpen van een waarheid door den laatsten grond in te zien, waarop die waarheid berust. Het orgaan van de denkwerkzaamheid is de geest, de voïtq, in welk begrip verstand, rede en bewustzijn nog niet onderscheiden worden. De geest is dat deel der ziel, dat alleen den mensch eigen is en aan geen lichamelijk orgaan is gebonden. Het object van den geest bestaat in de niet-ontleedbare oorspronkelijke grondgedachten, waarop de dingen in hun bestaan berusten en uit de eerste, algemeene beginselen van alle wetenschap. Zooals op het terrein der waarneming het oog één wordt met het waargenomen voorwerp in de actie der waarneming, zoo wordt op het gebied van het denken de geest, doordat hij het begrip in zijn abstractie omvat, met dit zijn object één. De aanschouwingsbeelden leveren den geest het denkmateriaal; de geest ziet, krachtens het hem daartoe verleend vermogen, in die beelden den abstracten, begripmatigen, logischen achtergrond, m. a. w. de idee. Bij intuitie

13*

Sluiten