Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ziet de geest, naar gelang van den aard der aanschouwingsbeelden, de grondbegrippen en axiomata der wiskunde, die der philosophie! die der logica, enz. enz. Voor het denken des geestes bestaat geen meenen of vermoeden, geen waarheid of dwaling. De geest begrijpt of begrijpt niet, ziet of ziet niet, bezit of bezit niet. In het denken van die alleroorspronkelijkste begrippen openbaart de geest zijn oorspronkelijk wezen; want op dit denken is hij aangelegd; het denken van den geest en zijn inhoud zijn identiek.

Ook waar de geest, door het begeeren daartoe aangespoord, zich op practisch terrein laat gelden, is zijn werkzaamheid, wat het punt van uitgang betreft, zuiver denken. De geest aanschouwt en doorziet de normen en eerste beginselen van het handelen even goed als die der concrete dingen en hun betrekkingen, althans voor zoover zij onmisbaar gekend behooren te worden om besluiten te nemen. Dit denken des geestes is dan een beraadslagend denken. Hier echter kan de geest falen en dwalen; want hier is hij niet volstrekt spontaan-actief, doch hangt de aard van zijn activiteit af van de concrete gegevens, door de oogenblikkelijke omstandigheden geboden. Aristoteles noemt dit denken des geestes practisch verstand ten einde het van het zuivere denken te onderscheiden.

Het voorafgaande samenvattende, zien wij, hoe de verschillende ridsfuncties bij Aristoteles eene opstijgende reeks van organisch leven vormen. Zij begint bij het gewaarworden en waarnemen als eerste trap; dan volgt de aanschouwelijke voorstelling, de pwr«ri«; daarna het meenen; eindelijk de werkzaamheid des geestes, het denken in den eigenlijken zin. Deze zielsfuncties zijn zoodanig' met de ontwikkeling van het organisme saamgeweven, dat ziel en organisch leven twee woorden zijn voor één en dezelfde zaak. Houdt het leven op, dan moet ook de ziel sterven. Aristoteles trekt deze consequentie door behoudens ééne uitzondering. Alleen het zuivere denken, het denken in begrippen, is aan geen organisch substraat gebonden. Gelijk de goddelijke geest, zelf onbewogen, de wereld in beweging vermag te zetten, zonder zich met die wereld

Sluiten