Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reeds de ook thans nog veelszins geldende onderscheiding tusschen die, welke lust en die, welke onlust verwekken. Lustgevoel ontstaat, wanneer een in het organisme van nature aanwezige aanleg of aandrift zich ongehinderd kan ontwikkelen; onlust daarentegen ) ontstaat, wanneer zulk een aanleg of aandrift bij hare ontwikkeling tegenstand ontmoet. Geen gewaarwording, of zij gaat met lust of onlust gepaard, naar gelang zij de natuurlijke levensuiting bevordert of verhindert. Het duurzaamste lustgevoel wordt gewekt door geestesarbeid; want die kan het langst zonder onderbreking worden voortgezet. De zoogenaamde affecten bestaan, volgens Aristoteles, uit een mengeling van lust en onlust, waarbij een van beide telkens overwegend is. Lust domineert bij liefde, moed, welwillendheid; onlust bij toorn, haat; vrees, medelijden, nijd, verachting, schaamte, jaloerschheid. Aristoteles hecht aan de affecten veel beteekenis: zij moeten niet onderdrukt, maar gematigd worden. Inzonderheid acht hij ze de onmisbare voorwaarden voor kunstgenot. De aesthetische werking, die van een kunstgewrocht uitgaat, berust hierop, dat een overwegend onlust wekkend affect omgezet wordt in een bron van lust. Dit geschiedt namelijk aldus, dat de ziel, die aesthetisch wordt aangedaan, zich van den druk, door het affect veroorzaakt, voelt vrijgemaakt, tijdens het voortgaand proces der gemoedsbeweging, zich van het affect volkomen bewust wordt en zich aldus van zijn druk bevrijdt,.

In dit verband gebruikt Aristoteles den vakterm „Katharsis", dien hij aan de toenmalige geneeskunde ontleent. Onder „Katharsis" verstond men: reiniging door uitkoking. Tengevolge van een hevig werkend proces werd de ziektestof als het ware ten deele verkookt, zoodat slechts zooveel ervan overbleef, als zich met een behoorlijke gezondheid verdroeg. Die „Katharsis" speelt b.v. een gewichtige rol bij de aesthetische werking, die van het treurspel uitgaat. In zijn „Poëtiek" omschrijft Aristoteles de beteekenis van het tragische aldus, dat het treurspel er op aangelegd is om door het wekken van vrees en medelijden eene „Katharsis" van deze affecten te bewerken. Vrees en medelijden zijn oorspronkelijk onlustwekkende

Sluiten