Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dre reeds had geleerd, dat de ware gelukzaligheid des menschen bestaat in de rust der ziel, die de vrucht is van eene normale betreken « deuWfeurke,iJkheid- waarin hij zich vindt geplaatst, en die m hoofdzaak afhangt van een juist inzicht en van zuivere kennis.

Voor Plato was de moreele waarde van den mensch onafhankelijk van W» aardsch geluk; voor Aristoteles valt het aardsche geluk naar zijn diepste beteekenis opgevat, met de moreele waarde des menschen volkomen samen. De mensch, die volkomen aan zijne ^stem beantwoordt, in wien de idee des menschen realiteit

Z l' l Tart tCVenS hCt h°°gSte eduk- EvenaIs bij Sokrates valt dus bij Aristoteles de gelukzaligheid volkomen samen met de zedelijke volmaaktheid.

Deugd wordt door Aristoteles opgevat in de oorspronkelijke beteekenis, t w. in die van „deugdelijkheid". De mensch, die zijn leven normaal leeft, wiens levensuitingen beantwoorden aan de eischen van zijn eigen normale natuur, hij neemt steeds meer in deugdelijkheid toe, wordt steeds meer bekwaam en geschikt om zyne bestemming te bereiken, zijn eigen ideaal tot werkelijkheid te maken. Het geluk valt hem dan van zeifin den schoot. Daartoe is het kennen van het goede wel onmisbaar noodig, doch niet toereikend. De mensch neemt toe in deugdelijkheid door practische toepassing, door handelen, en - wij hebben het reeds gezien!aan dat handelen gaat wel verstandelijk overleg vooraf, maar dat over eg gaat niet buiten het gemoed om en de daad, die op het overleg volgt, is een uiting van den wil. Aristoteles erkent wel verstandelijke, maar daarnaast ook moreele deugd of deugdelijkh*4. En die deugdelijkheid neemt toe door oefening. Aldus worden deugdzame gewoonten gekweekt en versterkt. Aldus leert de mensch gaandeweg de lagere driften en de zinnelijke begeerten onder- I drukken en zijn leven stellen onder de macht van een redelijken goeden wil. '

Waar de begeerten heerschappij voeren, stuwen zij de handeling in de richting van het overdrevene, het abnormale. Het wezen der deugd bestaat daarentegen in het inachtnemen van het juiste midden

Sluiten