Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anderzijds de groote waarde van de deugdsbetrachting werd ingezien. De mensch moest datgene, wat zijn innerlijke waarde uitmaakte, beschouwen als noodzakelijk en tot zijn wezen behoorende; wat met zijn waarde als mensch niets van doen had, moest hij leeren beschouwen als vreemd, toevallig en onwezenlijk. Met de Sophisten i stelden de Cynici het natuurlijke en het conventioneele tegenover elkander. Het natuurlijke had, als behoorende tot 's menschen wezen, alleen waarde; al het overige was illusie, inbeelding „nipes", zooals de Grieksche term luidt. Deze „inbeelding" te overwinnen, daarin bestaat de levenstaak van den Cynicus. Alle banden van gevoel, •piëteit en sentiment, die hem aan de dingen binden, snijdt hij onbarmhartig door. Door gestadige oefening tracht hij de dingen te leeren beschouwen als een aan zijn wezen vreemde werkelijkheid, die hem volmaakt onverschillig laat. Aldus gevoelt hij zich ten opzichte van die werkehjkheid volkomen vrij en volmaakt onafhankelijk. Tegenover bestaande conventies heeft hij niet de minste verplichting; wat de menschen over hem zullen zeggen, laat hem volmaakt koud. Met de zeden en gewoonten van zijn tijdgenooten drijft hij den spot, in woord zoowel als in daad.

Slechts wat deugd is, heeft waarde; al het andere is indifferent.

Het valt niet stellig uit te maken, maar het schijnt, dat de Cynici een zeker minimum van behoeften als natuurlijk hebben beschouwd, omdat de bevrediging daarvan van 's menschen uitwendige lotgevallen niet afhankelijk is en de innerlijke vrijheid er niet door belemmerd wordt zich te openbaren. Dit minimum schijnen zij dan ook als ethisch waardevol te hebben willen handhaven, ten einde aldus een zeker bescheiden samenstel van positieve moreele normen te kunnen erkennen. Veel nadruk leggen zij echter hierop niet. De hoofdgedachte van het Cynisme blijft het vestigen van de innerlijke vrijheid des menschen, d.w.z. van zijne onafhankehjkheid van de wisselingen des lots, door middel van het theoretisch inzicht in het onderscheid tusschen natuurlijke, onvervreemdbare waarden en slechts ingebeelde schijnwaarden, èn door de practische oefening in het ontberen.

Sluiten