Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelselmatig bestreden worden. Zij kennen geen anderen weg ter bereiking van het ideaal der zedelijke vrijheid dan het doornige

I pad der vrijwillig aanvaarde ontbering. In dit opzicht gaan geesten I als Buddha, Krates en Franciscus van Assisi langs dezelfde lijn 1 en Diogenes was en zal voor dezulken een typisch voorbeeld blijven. I Ondanks de gebreken zijner theorie en de ons gevoel schokkende

overdrijving, waarmede hij die allesbehalve onberispelijke theorie in toepassing brengt, kunnen wij toch niet nalaten bewondering te koesteren voor den moed der overtuiging, waarmede hij op zijne wijze en met de hem ten dienste staande middelen den zedelijken

levenQsrriïd orecf-reHen VieefV

wij neDDen reeas opgemerkt, aat dij ae cyniscne wijsgeeren de levenspractijk op den voorgrond staat en de theorie slechts in zooverre in aanmerking komt, als zij aan die levenspractijk kan worden dienstbaar gemaakt. Bij de Stoïcijnen, die thans onze aandacht vragen, is dit eenigszins anders. Bij hen vinden wij een voltooid wijsgeerig stelsel. Dientengevolge treedt bij hen het persoonlijk-intuitieve element meer naar den achtergrond om somwijlen plaats te maken voor dorre, abstracte verstandelijkheid.

De wijsbegeerte der Stoa ontwikkelde zich uit het Cynisme. Zeno, de stichter der Stoicynsche school, was een leerling van den cynischen wijsgeer Krates. Zeno was afkomstig uit Citium op Cyprus. Omstreeks 300 v. Chr. treffen wij hem te Athene aan, waar hij gewoon was te leeren in de „Stoa Poikilè," (letterlijk vertaald: „bonte zuilengang"), aldus genoemd, omdat de wanden versierd waren met de werken van eenige Grieksche schilders, onder wie

rolygnotos de beroemdste was.

In de ontwikkeling der Stoicijnsche leer onderscheidt .men drie |f tijdperken. Tot de eerste periode behooren, behalve Zeno, ook nog

Kleanthes en Chrysippus, en bovendien Ariston, die echter eene eigenaardig afwijkende richting vertegenwoordigt. Aangaande de wijsgeeren der middelperiode is slechts zeer weinig bekend. Deze

I leemte wordt echter eenigermate vergoed door de omstandigheid,

lt dat wii omtrent de iongste of derde oeriode zeer uitvoerig ziin

Sluiten