Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ingelicht. Tot haar behooren de talrijke geschriften van Seneca, den leermeester van Nero (±6b na Chr.), verder het ook in Nederlandsche vertaling verschenen „Handboekje" van Epiktetus (± 100 na Chr.), en eindelijk de eveneens zoo bekende „Monologen" van keizer Marcus Aurelius (gest. 180 na Chr.)

Trachten we thans een totaal-indruk*te verkrijgen van de Stoïsche wijsgeerige theorie.

Het Socratische ideaal der innerlijke vrijheid wordt door de Stoa niet alleen aanvaard, maar in alle richtingen verder ontwikkeld en verdiept. De quintessence van de Stoïsche leer is: alleen de deugd, ook in den ruimeren zin van deugdelijkheid genomen, is een goed; alleen de ondeugd, de slechtheid, is een kwaad; al het uitwendige is als indifferent te beschouwen.

Volgens de Stoa behoort onderscheiden te worden de passieve vrijheid, de vrijheid ten opzichte van het ondergaan van indrukken en de actieve vrijheid, de vrijheid ih het handelen.

De vrijheid ten opzichte van het ondergaan van indrukken vereischt eene nadere bepaling, zoowel in negatieven als in positieven zin.

In negatieven zin wordt de positieve vrijheid nader omschreven in de leer der affecten. Reeds de Cynici hadden onderscheid gemaakt tusschen bindende en bevrijdende gemoedsbewegingen, tusschen het lustgevoel, en de vreugdevolle gelatenheid, de ongestoorde opgeruimdheid van den in ontbering geoefenden mensch. Dienovereenkomstig onderscheidt de Stoa tusschen echte en valsche affecten.

In positieven zin wordt het rechte doorleven van indrukken, dat in overeenstemming is met de zedelijke vrijheid, bepaald door de wijze, waarop de uitwendige levenservaringen door den wijzen en vrijen mensch worden opgevat en aanvaard. Hij behoort die op te vatten als integreerende bestanddeelen van het leven des heelals. Wie het Alleven in zijn grootsche eenheid en volstrekte wetmatigheid aanvaardt, die aanvaardt hiermede tevens dat geringe bestanddeel des ganschen wereldbestaans, dat eigen lot en leven uitmaakt. Deze affirmatie kan het postulaat zijn van den eisch, die aan den vtil

Sluiten