Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in een tweespraak tusschen Epiktetus en Zeus. — Zeus zegt daar het ^ volgende : „Epiktetus, als het mogelijk geweest ware, dan had ik je bedeeld met dat weinigje lichaam en eigendom, dat het uwe genoemd wordt, als met een vrij en onaantastbaar goed. Vergeet echter niet, dat deze dingen je niet werkelijk toebehooren, doch niets meer zijn dan een kunstig gevormd hoopje drek. — Daar dit evenwel niet mogelijk was, heb ik je een stuk van mij zeiven gegeven; namelijk de kracht, om te willen en niet te willen, te begeeren en niet te begeeren, kortom om heer en meester van je gedachten te zijn. Wanneer je je alleen om die dingen bekommert en, alleen daaraan gewicht en beteekenis hecht, dan zult ge nooit jammeren en klagen, nooit afkeuren en nooit vleien. — Vindt ge dat nu misschien iets gerings? Daarvoor beware u God!"

Elders leert hij, dat men moet leeren te onderscheiden, tusschen wat wel, en wat niet van ons afhangt. „Wij beschikken over ons meenen, willen, begeeren, ontwijken, m. a. w. over onze daden. Maar wij beschikken niet over lichaam, bezit, eer en rnacht.^ Datgene, waarover wij zeggenschap hebben, is van nature vrij, het kan niet onderdrukt of belemmerd worden; wat niet van ons afhangt is daarentegen gebonden en onvrij, vreemd aan ons innerlijk wezen. Bedenk nu, dat, wanneer ge het van nature onvrije als vrij beschouwt en het vreemde als behoorende tot uw wezen, ge dan zult gehinderd en belemmerd worden, u zult bedroeven en opwinden en u,aarr aan goden en menschen zult ergeren. Als ge daarentegen slechts het uwe als het uwe beschouwt en het vreemde als vreemd, dan zal niemand u kunnen dwingen of hinderen en ge zult niemand iets ten kwade kunnen duiden of iets verwijten, niets zult ge doen tegen uw wil, niemand zal u schaden en ge zult geen vijand hebben; want niets zult ge ondervinden, wat u schade kan toebrengen." ! „Wij beschikken over onzen wil en over al onze wilsdaden; maar niet over ons leven, ons bezit, onze ouders, broeders, kinderen, ons vaderland. Waar zullen we nu het waarachtige goed zoeken ?"

„Wat hebben we in alle levenstoestanden te bedenken? We hebben slechts te vragen : „wat is het mijne, en wat niet ? Wat

Sluiten