Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

orde, evenredigheid, harmonie en schoonheid is. Hij die onder alle wisselingen van het wereldverloop steeds het geheel ziet, put uit die visie de kracht om het leven met al zijn lief en leed vreugdevol te aanvaarden. Aldus staat de wijze en vrije mensch als gebieder en heerscher boven het leven. Hij is waarlijk koning van het Lot!

De Stoïsche mensch is derhalve niet de onaandoenlijke mensch, de mensch, die alle affecten in zich heeft gedood. Wel is er eene Stoïsche „apathie" ; doch die berust op het overwinnen van de verkeerde, onnatuurlijke affecten, die den mensch belemmeren om te komen tot de vreugdevolle levensaanvaarding, die de hoogste wijsheid is en de belofte der hoogste gelukzaligheid in zich draagt. We kunnen ons niet verder in de Stoïsche affectenleer verdiepen ; zij verliest zich al te vaak in belachelijke futiliteiten. Het zij ons genoeg, de kern van die leer begrepen te hebben. Toch mogen wij ter wille van de volledigheid het hierbij niet laten. Uit tal van uitspraken is het ons duidelijk geworden, wat de Stoa verstaat onder de gezindheid, waarin de waarachtig zedelijke en vrije mensch het leven behoort te aanvaarden, hoe hij namelijk alle feiten en toestanden behoort op te vatten als onlosmakelijke onderdeelen van het algebeuren, welk algebeuren vreugdevol behoort te worden aanvaard en beaamd, juist zooals het zich aanbiedt, met zijn hef en leed. We vernamen verder, dat dit den vrijen mensch niet ontslaat van de dure verplichting, om er naar te trachten, wat hij wil in de toekomst tot werkehjkheid te maken, dat hij derhalve bepaalde doeleinden zal behooren na te streven. Dit geeft aanleiding te vragen, welke doeleinden dat zijn; met andere woorden: naar welken ethischen norm 's menschen wilsbepaling behoort beoordeeld te worden.

Hier stuiten we op het reeds te voren ter sprake gebrachte dilemma, dat de Stoïsche school niet vermag op te lossen in bevredigenden zin.

Eenerzijds volgt uit de erkentenis van 's menschen onvolmaaktheid, dat het bestaan van een ethisch ideaal wordt erkend, en dat die onvolkomen mensch nu de volmaaktheid heeft na te jagen; dat

Sluiten