Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De overgeleverde zedewet berust evenwel op een gansch andere onderetelling; zij leert wel degelijk, dat aan eer en goed, aan leven en gezondheid, kortom aan de uitwendige goederen des levens, eene zelfwaarde toekomt; want zij spreekt de sterkste afkeuring uit over alle handelingen, waardoor de mensch eer, eigendom, leven of gezondheid van zijn medemenschen in gevaar brengt. De moraal, in de zedewet neergelegd, is dus als het ware de gekristalliseerde neerslag van de waardebepaling der egoïstische onvrijheid, maar gegeneraliseerd en dien tengevolge in altruïsme omgezet. De ethiek van den wijzen, vrijen mensch daarentegen berust op eene radicale bestrijding en overwinning van die traditioneele moraal.

Ook de Stoa leerde: gij zult de eer, het geluk, de gezondheid, het welzijn van uw medemenschen bevorderen, zijn eigendom zult ge hem niet ontnemen, noch zijn leven bedreigen. En toch: wilde zij haar ideaal van den wijze in de practijk des levens laten gelden, dan moest dezelfde Stoa ook weer leeren: al deze dingen, die ge ten opzichte van uwen medemensch behoort te ontzien en te bevorderen, hebben, strikt genomen, noch voor hem, noch voor u ook maar de geringste ethische waarde. Goederen in ethischen zin zijn het niet.

Slechts één onder de Stoische wijsgeeren heeft al deze bezwaren Weten te ontgaan. Het was Ariston van Chios, de beroemdste leerling van Zeno. In afwijking van den meester en van zijne medediscipelen, hield hij onverzettelijk vast aan de volstrekte waardeloosheid van alle uitwendige dingen en, volkomen consequent, beweerde hij dan ook, dat het onmogelijk was eene zedewet te formuleeren, die voor den wijze van verplichtende beteekenis zou zijn. Het betrekkelijk recht der overgeleverde moraal ontkennende, loochent hij, dat 's menschen handelingen zouden mogen worden gewaardeerd, naar gelang door die handelingen al dan niet zekere uitwendige goederen worden gerealiseerd. Al dusdanige handelingen moeten volgens hem beschouwd worden als „hSaxtpopm", d. i. als onverschillige zaken. De deugd is één; onderscheidene deugden bestaan niet; en die ééne deugd bestaat hierin, dat men boven al

Sluiten