Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat uitwendige verheven zal zij'n. Zooals er maar één zien is, zoo is er ook maar één deugd. Ziet men iets wits, zoo betoogt hij, dan kan men dat zien witzien, ziet men iets zwarts, dan kan men datzelfde zien zwartzün noemen. Zoo kan ook die ééne deugd inzicht genoemd worden, wanneer zij op het handelen is gericht, en zelfbeheersching, wanneer zij gericht is op een gevoelswijze; doch het is en blijft één en dezelfde deugd; bijzondere zedelijke voorschriften zijn voor den wijze overtollig; voor den dwaze zonder eenig nut.

„Als een mensch", zoo zegt hij elders, „geleerd heeft de deugd lief te hebben als het eenige goed, de ondeugd te haten als het eenige kwaad, en al het andere, rijkdom en gezondheid, kracht en macht, te beschouwen als „ASmipopix", die noch onder de categorie van het goede, noch onder die van het kwade te brengen zijn, dan behoeft er niemand te komen om hem te zeggen: zoo moet ge wandelen, zoo moet ge eten, dit past een man, dat past een vrouw, dit een gehuwde, dat een ongehuwde . . . Wie een waanzinnige zou willen voorschrijven, hoe hij moet spreken of loopen, hoe hij zich in huis of op straat moet gedragen, zoo iemand zou krankzinniger zijn, dan hij aan wien hij die raadgevingen verstrekte; men moet hever zijn zwarte gal genezen en de oorzaak van zijn waanzin wegnemen."

Volgens Ariston kan de werkelijk volmaakte mensch doen, wat hij wil. „Wonderbaar en heerlijk," zoo zegt hij, „zult ge leven; ge zult doen wat u behaagt; nimmer zult ge door begeerte of vrees worden overheerscht." Ariston bedoelt evenwel niet een doen van toomelooze willekeur, maar wel dat de wijze vrij zal zijn in het stellen van de doeleinden, waarop hij zijn handelen wenscht te richten en in het kiezen van de daartoe geschikte middelen. De AStoupoptx zal hij kiezen naar omstandigheden, zooals iemand met D, J of O zal beginnen, naar gelang hij Dion, Jon of Orion wil schrijven.

Om de souvereine vrijmacht van den innerlijk vrijen mensch over de uitwendige dingen duidelijk te maken, kiest Ariston eén beeldspraak, die in de Grieksche wijsbegeerte herhaaldelijk wordt aangetroffen en die wij ook bij Heraklitus hebben ontmoet. — De

Sluiten