Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORDRACHT XI.

HET EPIKURISME.

Wij hebben ons thans te bepalen bij de wijsbegeerte van Epikurus. Ook zij hangt samen met het Sokratisme, doeh door den tusschenschakel der Cyreneïsche school, welker voornaamste vertegenwoordiger Aristippus is.

Antisthenes, de cynicus, het Sokratische ideaal willende nastreven, vond zich daarin belemmerd door de macht van zijne natuurlijke indrukken, voornamelijk door dat van den lust. Tegen dien lust predikte hij daarom een oorlog op leven en dood. Heel zijn leven stond in het teeken van dien geweldigen strijd en drukte op zijn bestaan den stempel eener pessimistische levensbeschouwing. Aristippus, afkomstig van Cyrene, de bloeiende Grieksche koloniestad op de kust van Noord-Afrika, was van nature bedeeld met een veel gelukkiger temperament. De dingen te aanvaarden, zooals ze waren, kostte hem minder zelfoverwinning. Hij behoefde daartoe niet zijne subjectieve natuur te onderdrukken, zooals Antisthenes, of haar af te leggen, zooals Sokrates. Hij was van nature als het ware reeds voorbeschikt tot, aangelegd op het bereiken van de innerlijke vrijheid, die het ideaal van den wijze uitmaakt; want hij zoekt die vrijheid niet in het ontberen, maar in het wijze genieten. Sokrates staat boven de wisselingen des lots door ze met objectieve zakelijkheid tot een voorwerp van wijsgeerige beschouwing te maken; Diogenes staat er boven door ze al strijdende te overwinnen; Aristippus door ze met kalme blijmoedigheid te genieten.

Ook voor Aristippus bestaat de deugd in het rechte weten ;■ doch voor hem is dit de wetenschap van het rechte genieten. Juist die zijde der dingen, die de Stoa verwaarloost, wordt door Aristippus naar den voorgrond gebracht. r-}"-

Sluiten