Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de mensch eerst volkomen zedelijk vrij is, als hij bhjmoedig en opgeruimd vermag te zijn, niet alleen wanneer hij geniet, maar ook wanneer hij ontbeert, en derhalve zijn inwendige zielevrede evenmin wordt bedreigd door uitwendigen voorspoed als door uitwendigen tegenspoed. Uit het weinige, dat van een anderen wijsgeer der Cyreneïsche school, van Theodorus, is bewaard gebleven mag afgeleid worden, dat die synthese werkehjk door hem gevonden is. Theodorus vervangt namelijk den uitwendigen lust door innerlijke vreugde. Als eigenlijke waarden beschouwde hij vreugde en droefheid; de eerste als gevolg van inzicht, de laatste als gevolg van onverstand. Het goede bestond voor hem in inzicht en rechtvaardigheid, het kwade in onverstand en onrechtvaardigheid; lust en smart verklaarde hij voor indifferent. Dat hij, hoewel het waarheidsbestanddeel in de cynische theorie erkennende, zich van hare excessen wist vrij te houden, wordt bevestigd door de volgende anecdote. Door een talrijke schaar van jongeren omgeven, ontmoet hij Metrokles, den Cynicus, die bezig is groenten te wasschen, die zijn eenig voedsel uitmaakten. „Als ge even als ik groenten schoonmaakte," — voegt Metrokles hem spottend toe, — „dan hadt ge niet zooveel leerlingen te onderwazen." — Daarop antwoordt Theodorus: „en als gij wat- beter met menschen wist om te gaan, dan zoudt ge geen groenten behoeven schoon te maken."

Hegesias, een ander leerling van Aristippus, heeft de hedonische theorie in dier voege gewijzigd, dat hij als hoogste levensdoel stelt: den toestand der smarteloosheid. Reeds Krates, de Cynicus, had het hedonisme voor ongerijmd trachten te verklaren door voorop te stellen, dat het leven ten slotte toch meer leed dan lust opleverde, de levensbalans derhalve steeds een surplus van leed aanwees en derhalve geluk in hedonischen zin onmogelijk was. Hegesias aanvaardt die onderstelling; doch daar hij het hedonisme niet wil prijsgeven en ook niet besluiten kan dit surplus van uitwendig leed tegen de innerlijke vreugde te laten opwegen, trekt hij een andere consequentie. Lust en leed, zoo beweert hij, ontstaan, doordat wij ons hechten aan de uitwendige goederen. Kunnen wij dit gehecht-

Sluiten