Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ingezien, dat het totaal van alle goeds gemakkelijk is vol te maken en te verkrijgen, dat daarentegen de volheid van het kwade óf maar korten tijd duurt óf maar weinig leed kan berokkenen, aangezien wij noch noodlot noch toeval hebben te duchten, daar wij zelf aan geen enkelen heer onderworpen zijn."

„Dergelijke dingen moet gij bij uzelven en ook met anderen overwegen des daags en des nachts, dan zult ge nooit, hetzij wakend of slapend, in uw gemoed geschokt worden; Aldus zult ge leven als een god onder menschen. Want een mensch, die leeft in het bezit van onvergankelijke goederen, is niet aan een sterfelijk wezen gelijk."

Epikurus is, wat zijn stijl betreft, te sentimenteel, te gezwollen, te zeer geneigd tot zelfironie, om nog met beide voeten te staan op den bodem der antieke wereld. Hij heeft het daarvoor te druk met zich zelf en met zijn eigen gedachten en gevoelswaardeeringen. De antieke stijl is objectief; Epikurus is te veel subjectief om antiek te mogen heeten. Er is iets, neen veel bij hem, dat herinnert aan de sentimentaliteit der romantiek en aan den humor, waarmede deze zich zelf ironiseeit. Hij verhaalt b.v. ergens: „dat hij wegsmolt in tranenrijken lust;" en onder de wreedste folteringen zou hij altijd nog zeggen: hoe zoet! Aan eene hetaere schrijft hij: „Lieve Leontinon, bij de lezing van uw briefje had ik wel stormachtig in de handen willen klappen". En aan een zijner vriendinnen: „Ik zou in staat zijn, met kogelsnelheid naar u toe te komen rollen, waarheen ge mij ook roept, als ge niet zelf tot mij komt." Tot een schoonen jongeling richt hij de woorden: „Ik zal, al zittende, uw zeer begeerde, goddelijke aankomst verwachten," Voor een geschenk bedankt hij als voor een „hemelhoog bewijs van welwillendheid" en van een vriend, die zich naar een havenstad begeven had, om de belangen van een bekende te behartigen, zegt hij: „Hoe ijverig, edel en voortreffelijk richtte hij zijne schreden zeewaarts om Mithus, den Syriër, hulp te bieden!"

Gompertz, dien ik zooeven aanhaalde, is van meening, dat de voornaamste trek in het karakter van Epikurus was : een buiten-

Sluiten