Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeggen wat hij op het hart heeft, zonder zich te bekommeren over de afwezigheid van zijn toehoorder. Hij ondergaat een pijnlijke operatie zonder de wenkbrauwen te fronzen of den mond te vertrekken. Aan zijn besef aangaande de vergankelijkheid aller aardsche dingen verleent hij bij voorkeur uitdrukking door de bekende woorden uit de Ilias te citeeren, waarin Homerus de geslachten der menschen vergelijkt met de bladeren des wouds, die in de lente ontkiemen om na kortstondig leven, welhaast verdord, door den herfstwind te worden weggevaagd, in eeuwige wisseling.

Dezen man is het om de practijk te doen. Hij is wars van alle theorieën en de kleine gemeente, die zich om hem als middelpunt verzamelt, kent geen ander doel dan den meester in de beoefening derzelfde practijk in alle opzichten als verheven voorbeeld na te streven. Eén hunner steekt echter ver boven de anderen uit, namelijk Tinton, zoon van Timarchus, geboortig uit Phlius, eene stad in het N. O. van den Peloponnesus gelegen. Hij leefde waarschijnlijk van 325 tot 235 v. Chr. In zijn jeugd was hij koorddanser en zijne wijsgeerige opleiding ontving hij te Megara. Toen hij, te Elis vertoevende, Pyrrho hoorde spreken over de onwetendheid der menschen, verhuisde hij met zijne vrouw voor goed naar Elis, om er de trouwste bewonderaar, aanhanger en leerling van den sceptischen wijsgeer te worden. Zonder middelen, wist hij zich met zijn onderwijs in rhetorica en philosophie een behoorlijk vermogen te verwerven en leefde later tot zijn dood als een aanzienlijk man te Athene. Bij dezen Timon openbaart zich hetzelfde streven als bij Pyrrho, namelijk om. langs den weg van den radicalen twijfel den toestand van adiaphorie te bereiken; doch bij hem vertoont zich bovendien een element van boosaardig sarcasme. Hij ziet in alle dingen het slechte, verkeerde, valsche en ontziet zich niet, het kwaad, dat hij ontdekt, ten strengste te geeselen. De adiaphorie dreef hij zoo consequent door, dat hij zijne handschriften maar achteloos liet rondslingeren en ze dan later terugvond, door muizen en ratten halverwege stukgevreten. Hij had maar één oog en placht zich daarom schertsend den cycloop te noemen.

Sluiten