Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik heb reeds opgemerkt, dat in de ontwikkeling van het Pyrrhonisme eene lacune voorkomt van nagenoeg eene eeuw en dat juist die lacune wordt aangevuld door eene skeptische richting, ontstaan in de Atheensche Akademie, die wij reeds hebben leeren kennen als de beroemde stichting van Plato. Onder zijne opvolgers als leiders der Akademie vertoont zich al vrij spoedig eene afwijking van de leer des meesters. De metaphysica en de kennisleer treden van lieverlede op den achtergrond en de aandacht en de belangstelling vallen hoe langer hoe meer op de ethiek. Daarbij kwam, dat op de Sokratische begrippenontleding, de zoogenaamde dialectiek dus, steeds meer nadruk werd gelegd en dat dit aanleiding gaf tot ontrafelen, uit-elkaarpluizen, in twijfel stellen van begripsinhouden, waardoor het skepticisme in de hand werd gewerkt. Bij Sokrates en Plato was die dialectiek een instrument geweest, dat dienen moest om positieve uitkomsten te bereiken; bij hunne epigonen werd zij beoefend om haars zelfswil. Deze skeptische richting ging eigenlijk tegen de oorspronkelijke beginselen der Akademie in. Men onderscheidt dan ook het tijdperk, waarin de Akademie skeptisch wordt, als de tweede Akademie. Haar eerste vertegenwoordiger is Arkesilaus. Haar belangwekkendste voorstander is Karneades.

Geschriften hebben deze mannen niet nagelaten; wat wij van hen weten, is ons bekend geworden door bemiddeling van anderen. Zij hebben zich inzonderheid veel moeite gegeven om de Stoa te bestrijden.

Wanneer de Stoici beweren, dat de skepticus, die van geen enkele waarheid overtuigd is, dan ook niet tot handelen kan komen, maar tot volstrekte werkeloosheid is veroordeeld, dan voert Arkesilaus hiertegen aan, dat men om te kunnen handelen volstrekt niet behoeft overtuigd te zijn van de waarheid eener voorstelling, maar dat daartoe reeds voldoende is, wanneer aan die voorstelling eene „redelijke waarschijnlijkheid" kan worden toegeschreven. Deze waarschijnlijkheid is, volgens hem, de hoogste norm voor het practische leven en voldoende om de gelukzaligheid te bereiken. Karneades voert nieuwe gronden aan voor de bewering, dat het onmogelijk is, een

Sluiten