Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

criterium voor de waarheid vast te stellen. Inzonderheid tracht hij te bewijzen, dat het onmogelijk is, binnen de grenzen der zinnelijke waarneming een kenteeken voor ware voorstellingen aan tegeven en dat het ook geen doel treft, daarbij rede en verstand als correctieven aan te wenden, omdat die evenmin op een betrouwbaren grondslag rusten. Bovendien heeft Karneades, die steeds de Stoa bestrijdt, eene scherpzinnige polemiek gevoerd tegen het geloof aan de goden en tegen allen godsdienst in het algemeen. Hij is dus een der voornaamste vertegenwoordigers van het religieuse septicisme. Bij dit alles is hij een beshst voorstander van de „waarschijnlijkheidsleer'' van Arkesilaus, die hij nader heeft ontwikkeld. „Wij kunnen niets zeker weten; — maar wij kunnen het waarschijnlijke vermoeden;" dat is de quintessence van hetgeen hij geleerd heeft.

Met eene beknopte karakterschets van dezen beide skeptische denkers wil ik besluiten.

Het leven van Arkesilaus valt ongeveer tusschen 315 en 240 voor Chr. Hij was dus een jongere tijdgenoot van Timon.

Hij is niet de man, die als Pyrrho met het leven voor goed heeft afgerekend; evenmin is hij de man van het bijtend sarcasme, zooals Timon. Hij is een beminnelijke, gezellige, scherpzinnige persoonlijkheid. Hij leefde te Athene als een vermogend burger, die misschien wel wat veel aan Venus en Bacchus offerde. Hij was artistiek aangelegd en Homerus en Pindarus waren zijn lievelingsdichters. Bovendien was hij geestig, gevat en welsprekend, van innemend uiterlijk en hoofsche manieren. Zijne ijdelheid en lichtzinnigheid beletten hem niet, tevens goedig en nobel van karakter te zgn. Als hij een behoeftigen 'zieke bezoekt, stopt hij hem ongemerkt een beurs met geld onder het hoofdkussen. Hij werd bewonderd en geëerd, zelfs door zijn tegenstanders.*5

Karneades werd te Cyrene geboren; zijn leven valt tusschen de jaren 214—129 voor Chr.; Arkesilaus en hij zijn derhalve ongeveer een eeuw van elkander gescheiden. Hij verklaarde het méést te hebben geleerd uit de werken van Chrysippus. Als bijzonderheid wordt van hem verhaald, dat hij deel uitmaakte van een gezant-

Sluiten