Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derhalve de roos, die ik thans zie, zoo wel als de roos, die pas morgen zal bloeien, en niet minder God, het goede en het kwade, het schoone en het leehjke. Wat kunnen wij nu weten aangaande het wezen der dingen, in zulk een allesomvattende beteekenis genomen? De skepticus antwoordt: ik kan, kort en goed gezegd, niet weten, of de dingen zus of zoo zijn. Ik kan niet weten, of een kleur rood of geel is, een toren rond of vierkant, of God zwak of machtig is, een diefstal goed of slecht, een landschap schoon of leelijk. Hoe komt hij tot zulk een zonderlinge bewering ? De skepticus beschikt over een bijzonder talent, een talent, dat hem juist tot skepticus maakt. Het bestaat hierin, dat hij in staat is tegenover de eene behoorlijk geargumenteerde stelling eene andere te plaatsen, die even deugdelijk geargumenteerd is, en de eerste volkomen omverwerpt. Ten opzichte van al het zinnelijke, al het voorstelbare, al het denkbare heeft de skepticus een these en een antithese gereed, en voert voor beide argumenten aan van volmaakt gelijke bewijskracht, zoodat er volstrekt geen gegronde aanleiding bestaat om aan een van beide ook maar de geringste voorkeur të geven. Deze gelijkheid van bewijskracht, deze Isothenie, is het hoofdbeginsel der skeptische theorie. Wanneer ik, nagaande, wat redelijkerwijze omtrent de dingen te bewijzen valt, bij twee antithetische beweringen beland, waaraan eene volstrekte Isothenie, d.i. een volmaakte gelijkheid van bewijskracht, behoort te worden toegekend, dan heb ik niet het minste recht, aan de eene stelling boven de andere de voorkeur te geven en het resultaat moet zijn; „De weet het niet!"

Al ons beweren aangaande de dingen berust op zintuiglijke waarneming of op denken. De skepticus nu is onvermoeid bezig, het zinnelijke tegen het zinnelijke, het begripmatige tegen het begripmatige, het zinnelijke tegen het begripmatige en het begripmatige tegen het zinnelijke uit te spelen. Voorbeelden heeft hij maar voor het grijpen. Het zinnehjke is in sÉijd met het zinnelijke, b.v.b. dezelfde toren is, van verre gezien, rond, van nabij gezien, hoekig. Het begripmatige staat tegenover het begripmatige, b.v.b. er is een voorzienigheid, daar zij bewezen wordt uit de orde en de harmonie

Sluiten