Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de electrische tram, dan zou de navolgende sluitrede als bewijsvoering kunnen dienen:

Elke inrichting tot vereenvoudiging van het verkeer is eene nuttige inrichting;

De electrische tram vereenvoudigt het verkeer, dus: de electrische tram is een nuttige inrichting.

De eerste twee stellingen zijn de zoogenaamde premissen; die moeten voor ontwijfelbaar waar gelden, zal de derde stelling, t.w. het besluit, bewezen mogen heeten.

In dit geval zijn echter de premissen wel degelijk voor bestrijding vatbaar, ten minste de eerste. Iemand als Rousseau, die meende, dat geluk en zedelijkheid niet bevorderd, maar bedreigd worden door de uitvindingen en toepassingen der techniek, zou haar beslist verwerpen, en dientengevolge ook het besluit verwerpen, dat de electrische tram een nuttige inrichting is.

En wanneer Rousseau beweerde: „de electrische tram is geen nuttige inrichting," dan zou hij dit kunnen bewijzen met het volgende syllogisme:

Inrichtingen tot vereenvoudiging van het verkeer zijn niet nuttig: De electrische tram dient tot vereenvoudiging van het verkeer. De electrische tram is geen nuttige inrichting.

De critiek der skeptici heeft nu ten doel te betoogen, dat omomstootelijke bewijzen niet te leveren zijn, en dat er derhalve geen criterium valt aan te wijzen, om daaraan de juistheid of de onjuistheid eener bewijsvoering te toetsen. En zij voeren voor deze hunne bewering een drietal argumenten aan.

1°. Eene sluitrede is niet voldoende om de waarheid van een stelling te bewijzen; want hare eerste premisse moet noodzakehjk beschouwd worden als het product van een nieuwe sluitrede. Die eerste premisse mag maar niet zonder meer aanvaard worden, doch eischt op hare beurt eene bewijsvoering, enz. Aldus ontstaat eene reeks van sluitredenen, die als het ware de schakels vormen van eene oneindige keten.

Laat ons, om dit nog beter in te zien, tot ons voorbeeld

Sluiten