Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een inductie is volledig of onvolledig. Zij is onvolledig, zoolang ik niet alle analoge gevallen onderzocht heb. Weet ik b.v.b. van 3, van 10, van 20 metalen, dat zij smeltbaar zijn, dan blijft mijne inductie onvolledig, zoolang ik niet alle, volstrekt alle metalen op hun smeltbaarheid onderzocht heb. Trek ik nu toch het besluit„metalen zijn smeltbaar", dan wil dit eigenlijk zeggen: „metalen zijn smeltbaar, voor zoover ik in staat ben geweest dit te onderzoeken". Zonder deze restrictie te maken, beweer ik meer, dan ik mag beweren. Slechts een volledige inductie zou waarheid kunnen opleveren; doch een volledige inductie is niet uitvoerbaar; want wie zal durven zeggen, dat hij alle metalen kent en op hun smeltbaarheid heeft onderzocht? Een onvolledige inductie echter is wel uitvoerbaar en kan ten hoogste leiden tot waarschijnlijkheid, doch nimmer tot onomstootelijke waarheid.

Aldus doet de scherpe critiek van het skepticisme heel de wetenschappelijke methode van Aristoteles in duigen vallen.

De slotsom, waartoe het skepticisme komt, is derhalve de volgende:

De zintuiglijke waarneming is niet in staat om ons het wezen der dingen te leeren kennen; het logische denken en zijne functies benevens de daarop gegronde wetenschappelijke methodes van deductie en inductie, zijn daartoe evenmin in staat. Dus: kennis aangaande het wezen der dingen is niet bereikbaar. Een vaste norm waaraan wij de waarheid van eene bewering zouden kunnen toetsen' is niet te vinden.

De skepticus ontkent de mogelijkheid der bewijsvoering, waarover die bewijsvoering dan ook moge loopen.

De skeptici zeggen: er is geen bewijs, dat werkelijk iets zou bewijzen. Maar zij zijn niet moede geworden, juist dit te bewijzen Derhalve is het dan toch wel mogelijk iets te bewijzen, namelijkdat geen bewijs in staat is om iets te bewijzen! Op grond hiervan redeneerde de dogmatische tegenstander van het skepticisme aldusIndien er een bewijs is, zooals ik bewijs, dan is er een bewijs Indien er geen bewijs is, zooals gijlieden bewijst, dan is er geen

Sluiten