Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of, ondanks, beter gezegd: ten gevolge van die scherpte en gestrengheid, worden sluimerende gedachtenkiemen tot nieuw leven gewekt. Het skepticisme met zijn twijfel aan het vinden der waarheid is niet het laatste woord, dat de wijsbegeerte gesproken heeft De positieve winst, door het skepticisme geleverd, is namelijk van de hoogste reëele waarde. Zij bestaat wel in hoofdzaak hierin dat zij, die de skeptische resultaten aanvaardden, voor eens en voor goed leerden inzien, dat het wezen der dingen voor het menschelijk denken een ondoorgrondelijk mysterie moet blijven en dat iedere poging om de absolute waarheid in denksymbolen bevredigend en afdoend te formuleeren ijdel zal blijken; doch dat het daarom nog geen onbegonnen en den mensch onwaardig werk is, de betrekkingen na te vorschen en op te sporen, die in oneindige veelvuldigheid tusschen de naar hun-diepste wezen onkenbare dingen vallen waar te nemen en deze betrekkingen op redelijke wijze te formuleeren, opdat de aldus verkregen denksymbolen als voorloopig bevredigende betrekkelijke waarheid mogen gelden, totdat dieper denken en vorschen datgene, wat aanvankelijk als hypothetische waarheid gold, wijzigt, aanvult, verbetert, of omverstoot, om het te vervangen door nieuwe denksymbolen, waarin dat dieper denken en vorschen op zijn beurt voorloopig bevrediging vindt.

Dit uitvoerig aan te toonen zou op zich zelf een betoog van wijden omvang vereischen. Het zij voorshands voldoende de aandacht te vestigen op het allermerkwaardigste feit, dat de antieke wijsbegeerte een zoodanigen ontwikkelingsgang doormaakte, dat zij als van zelve en geleidelijk ten slotte tot het inzicht kwam dat de tnomfantehjke verkondiging: „wij hebben de waarheid gevonden op eene overmoedige dwaling berustte. Thales, Anaximenes, Pythagoras, Parmenides, ja ook Plato en Aristoteles, - wij hebben het gezien, - zij allen waanden het wezen der dingen met het orgaan der rede te hebben doorschouwd, en zelfs Sokrates, hoewel hij steeds een waarheids**^ bleef, verkeerde toch ook in den waan dat het intellect in «taat zou blijken de door hem nog niet gevonden waarheid als een kostbaar goud ten slotte al denkende

Jansen. Geschiedenis der Wijsbegeerte.

Sluiten