Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grondlegger der Nieuw-Platonische school. Wij weten niets meer van hem, dan dat hij, van christelijke ouders afkomstig en in het christelijk geloof opgevoed, het nederig bedrijf van zakkendrager uitoefende, tot hij, een onweerstaanbaren drang volgende, zijn zakken, maar ook zijn geloof liet varen, en te Alexandrië optrad als leeraar der Helleensche wijsbegeerte. Hij moet wel een geniale autodidact zijn geweest, een man naar den trant van Jacob Böhme, vol van religieus enthousiasme. Men noemde hem den „deoïiïawrwf', den „van God geleerde." Met een rijke phantasie en een niet minder rijk gemoed begaafd, moet hij in tegenstelling met de droge, koudhartige geleerden van zijn tijd wel een zeer diepen indruk op zijn hoorders hebben gemaakt. Dat hij geen geschriften heeft nagelaten, doet wel vermoeden, dat hetgeen hij sprak meer getuigde van geestdrift en warme bezieling dan van logisch geregelde gedachtenordening. Toch moet hij meer dan een eclecticus geweest zijn; want anders kon hij op Plotinus zooveel indruk niet hebben gemaakt. Voor het minst mag vermoed, dat hij een nieuw wijsgeerig beginsel heeft gesteld, al moge dat niet zijn geschied met welbewuste doordachtheid en consequentie. Zeker zal hij wel gewaagd hebben van dat geheimzinnige, boven alle denken en zijn verhevene Al-Eéne, dat in het stelsel van Plotinus zulk eene voorname rol vervult. — Ammonius stond te Alexandrië in zeer hoog aanzien; een groote schaar van toehoorders volgde zijne lessen, onder wié ook genoemd wordt de bekende kerkvader Origenes. Elf jaren lang, tot den dood van Ammonius, behoorde Plotinus tot zijne leerlingen* Na het overlijden van zijn meester zien wij Plotinus deelnemen aan den krijgstocht van keizer Gordianus naar Perzië, wellicht met het doel om meer te weten te komen van de Perzische en Indische wijsheid, waarmede hij te Alexandrië reeds oppervlakkig had kennis gemaakt. Doch de keizer werd onderweg vermoord en de tocht werd een mislukking. Plotinus, nauwelijks den dood ontkomen, vluchtte naar Alexandrië en begaf zich weldra, thans 40 jaar oud, ' naar Rome. Daar trad hij op als leeraar in de wijsbegeerte. Kon' hij verwachten hier belangstelling te vinden voor zijn arbeid?

Sluiten