Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschriften verraadt, dat hij de wereld en de menschen zeer goed had waargenomen. Soms doorzag hij onmiddellijk een karakter met den intuitieven blik van een kunstenaarsgenie, waarvoor niets verborgen blijft.

Doch wat hij bovenal heerlijk en begeerhjk achtte, was: zich met al de energie zijns geestes te verdiepen in de wereld van zijn gedachten. Bij geen wijsgeer der oudheid treffen wij zulk een brandend verlangen aan naar de hoogste werkelijkheid, naar de godheid.

In dit opzicht herinnert hij aan de groote mystieken en romantici van later tijd, aan Jacob Böhme en Novalis b. v. Hij bezat daarbij een zeldzaam vermogen tot zelfconcentratie. Viermaal ip zijn leven, aldus verhaalt zijn biograaf PorrJhyrius, gelukte het hem, in zulk een sterken graad vervuld te worden van het besef van éénzijn met de Godheid, als volgens zijn eigen leer, maar zelden als einddoel van hun streven, en dan alleen in oogenblikken van begenadigde contemplatie, ten deel valt aan hen, wier verstand en gemoed steeds onafgebroken gericht zijn op de dingen des geestes. Wien zulke oogenblikken van de hoogste ekstase te beurt vallen, hem zal deze wereld van het zicht- en tastbare wel moeten voorkomen als een rijk van schimmen en van droomen.

Deze diepe ervaring van de hoogste werkehjkheid stemde Plotinus zacht en toegeeflijk jegens zijn medemenschen en vervulde hem met een blij- en tevens weemoedig optimisme bij het zien van leed en hjden. En zoo moest hij wel een onvergetelïjken indruk maken op ieder, die met hem in aanraking kwam. Zelfs een Longinus die zijne wijsgeerige overtuigingen alles behalve deelde, getuigt van Plotinus: „Bovenal heb ik hefde en bewondering voor den stijl van dezen man, voor de scherpzinnigheid zijner gedachten, voor de wijsgeerige rangschikking, die zijn uiteenzettingen kenmerkt. Naar mijne meening behooren de geschriften van Plotinus tot het voortreffelijkste, dat ooit werd te boek gesteld."

Gedurende zijn laatste levensjaren werd Plotinus-gekweld door hevig lichamelijk hjden. Reeds vroeger was hij geplaagd door hevige

Sluiten