Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gegroepeerd óm de idee van het Goede. Maar mocht het hem al gelukt zijn de idee van het Goede te plaatsen op den top zijner ideeënpyramide, hij was er niet in geslaagd alle andere ideeën uit die ééne opperste idee af te leiden. De Platonische ideeën mochten wezenheden, entiteiten zijn, in beteekenis en rangorde onderscheiden; doch Plato kwam niet verder dan tot de verzekerdheid, dat er een rijk van eeuwige ideeën bestond, de eigenlijke, de werkelijke wereld, waaraan de zichtbare en tastbare dingen der lagere schijnwereld deel hadden, en waardoor zij als door een beginsel van eeuwigheid en onvergankelijkheid werden gedragen.

Volgens Plotinus nu is er iets, dat ook boven de Platonische ideeën uitgaat. Dit iets, dit onbekende, dit onbeschrijflijke, moet volkomen onaf hankehjk zijn van al wat gekend en beschreven kan worden. Want het moet de eenige grond zijn van al het denkbare en mogelijke, de eenige oorzaak van al het bestaande. Omdat het volstrekt op zich zelf berust en in en door zichzelf bestaat, is het het Absolute, is het God. Dat Absolute mag niet genoemd worden het Zijnde; want het Zijnde wordt gedacht en voorzoover het gedacht wórdt, onderstelt het een denkenden geest, die het denkt. Het Absolute moet dus boven het denken uitgaan, meèr zijn dan denken. Evenmin kan het Absolute gelijk zijn aan het willen; want het willen is gericht op een doel, op het Goede; het willen onderstelt derhalve een doel en tevens den willenden geest, die naar dat doel streeft. Het Absolute, het Al-Eéne kan slechts datgene zijn, waarin zoowel het Zijn als het Willen hun laatsten, diepsten bestaansgrond vinden. Het ligt aan gene zijde van denken en zijn. En toch is het niet het Niet-zijnde, integendeel, het is het allerreëelste, waarin alle zijn geworteld is. Het-Absolute, het Oer-Eéne, of hoe men het noemen wil (alle namen schieten hier te kort!) is mèer dan zijn, mèer dan denken, mèer dan willen. Het is ook niet-persoonlijk, niet omdat het minder zou zijn dan het persoonlijke, maar omdat het ver boven het persoonlijke uitgaat, omdat het super-persoonlijk is. Het Al-Eène is buiten, of wil men liever: boven de ruimte en den tijd. Men kan evengoed beweren, dat het nergens

Sluiten