Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, als dat het overal is. Beide is even juist als onjuist. En even juist of onjuist is het te beweren, dat het Oer-Eéne er nooit of I nimmer was, of dat het er altijd was en altijd zijn zal. Het Oer-Eéne i staat in geenerlei relatie tot wat wij ruimte en tijd noemen Het is buiten-ruimtelijk en buiten-tijdelijk. Het Oer-Eéne is het volstrekt eeuwige.

Het is in den grond der zaak niet mogelijk, het Oer-Eéne te beJ schrijven of te bepalen; want het kan geen onderwerp van men1 schelijk denken zijn. Immers is dat menschelijk denken zelf in het | Oer-Eene geworteld en gegrond. Op zijn best zou men er ten I naastenbij in kunnen slagen te zeggen, wat het Oer-Eéne niet is | en niet kan zijn. Hij, die het Oer-Eéne met zijn denken tracht te l omspannen, is gelijk aan het kind, dat met schelp of emmer de zee wil leegscheppen. Lr • .

Men zou zich misschien nog mogen onjlerwprtien, van het OerEene te zeggen, dat het is kracht, organische kracht. Want die kracht openbaart zich. In de eerste plaats openbaart zij zich als voortbrengende de schepping, de schepping in den ruimsten zin des woords genomen. Geen schepping echter, die dan, op dat bepaalde tijdstip aangevangen is, maar een schepping, die begin noch einde heeft. Aldus is de wereld der geschapen dingen, zoowel der zichtbare als der onzichtbare dingen, verwekt en voortgebracht door het Oer-Eéne; doch dat wil niet zeggen, dat zij het product is van verstand, beleid en redelijk overleg. Want dan zou daarmede aan het Oer-Eéne denken en willen worden toegekenden we weten het, het Oer-Eéne is mèer dan denken en mèer dan willen. Het Oer-Eéne is als het ware een overschuimende beker die gevuld blijft, al stroomt het bruisende vocht over den rand heen De volheid van het Oer-Eéne is zoo onuitputtelijk groot dat al de organische kracht, noodig voor de schepping van heel het universum, bij de kracht van het Oer-Eéne vergeleken nog minder is dan een enkele droppel, vergeleken bij den Oceaan. Wat dan ook de schoot van het Al-Eéne moge voortbrengen, zelf blijft het, wat het was, in eeuwige transcendente majesteit ver-

Jansen. Geschiedenis der Wijsbegeerte.

Sluiten