Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar het Oer-Eéne, waaruit hij is geëmaneerd, zoo schouwt de Ziel terug naar den Geest, ontvangt van hem de eeuwige Ideeën en weerkaatst die in gebroken stralen van zich uit als veelheid van zielen. Aldus zijn de zielen een twakke weerglans van de ideeën en gelijk de ideeën tevens gedachten en werkende krachten zijn, zoo zijn ook de zielen in staat om te denken en werkingen te volbrengen. Dit systeem van zielen omvat heel de volgreeks der in beteekenis steeds dalende ordeningen van bezielde wezens. Aanvangende bij de sterrenzielen, zet zij zich voort in de menschen-, dieren- en planten zielen, tot zij de grens der onbezielde materie bereikt. Zoolang die materie nog vorm of gestalte heeft, is zij, hoe zwak ook, toch nog bezield. De volstrekt onbezielde materie echter is vormloos en derhalve gehjk aan het ijdele Niets.

De materie is niets dan de abstracte uitgebreidheid zonder meer. Zij vermag niet terug te schouwen naar de ziel om van haar iets te ontvangen. In haar woont geen kracht of goddelijkheid; zij heeft geen deel aan het Oer-Eéöe. Want het licht van het OerEéne is in haaf in duisternis verkeerd; en de eenheid, die geesten en zelfs nog zielen samenbindt, is bij haar te loor gegaan. De materie is datgene, wat absoluut verdeeld is en nimmer tot eenheid kan komen; in haar is noch vorm, noch gestalte, noch orde, en daar zij geen deel heeft aan het Eéne, en evenmin aan het Goede en Zijnde, is de materie het Niet-Zijnde, en als zoodanig het booze en slechte; want het Zijnde is goed en zijn voortreffelijkheid neemt toe, naar gelang het tot het Oer-Eéne nadert. Terwijl nu de aan den geest verwante ziel zich tot de materie wendt, wordt die materie vervormd tot een veelheid van lichamen. Of beter gezegd: het is niet aldus, dat de zielen in het lichamelijke als in een nieuw medium overgaan; zij dragen integendeel het lichamelijke als een vreemd bestanddeel in zich om. De lichamen zijn in de ruimte, doch de zielen niet. Het lichamelijke is als het ware de Geest, die tot een schaduw is verbleekt. Evenzoo verbleekt de wereldziel, die zich naar het lichamelijke keert, tot Natuur.

Dat is het scheppingsproces volgens Plotinus. Doch, — laten

Sluiten