Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

philosofen, tracht het wijsgeerig denken van de materie van de stoffehjke elementen, gehjk zij zich aan de nog weinig geschoolde, dichterhjk-mythologische waarneming aanboden, op te stijgen tot een leidend, alles beheerschend beginsel des bestaans. Het slaagde daarin echter maar ten halve, omdat men dat beginsel niet volkomen wist te ontdoen van materialistische bijmengselen. Zelfs de Nous van Anaxagoras is ten deele materie, ten deele geest Eerst bij Plato wordt de scheiding voltrokken tusschen de materiëele en de zuiver geestelijke wereld; doch tusschen die beide ontstaat dan eene kloof, die zich niet laat overbruggen. Plotinus tracht dat dualisme van Plato te overwinnen doordat hij in den grond der zaak de realiteit der materie ontkent. Bij hem valt de zinnelijke wereld, omdat zij schijnwereld is, weg en is de lichamelijkheid niet meer een kerker van den geest, doch veeleer een benauwende droom, waaruit de mensch, die in den toestand der ekstase komt, ontwaakt. De ekstatische mensch van Plotinus is uit den slaap des geestes tot volkomen nuchterheid gekomen. Opgeklommen tot de zahge aanschouwing van het goddelijk Oer-Eéne, heeft hij daarmede tevens het inzicht bereikt, dat de stof het volstrekt onwerkelijke is, dat niet overwonnen behoeft te worden, omdat het in eigenlgken zin niet bestaat en ijdelheid der ijdelheden is.

Men kan Plotinus een overspannen dweper noemen, iemand, die aan haUucinaties lijdt; doch zijn leven, zooals we het in dé hoofdzaken hebben nagegaan, getuigt voorzeker van iets anders en beters. Van zijn persoonlijkheid is ongetwijfeld een zedelijke kracht uitgegaan, zoo groot, als maar zelden wordt gezien. En als men hem, in eigen woorden, getuigenis hoort afleggen van hetgeen hij in ekstatische oogenblikken van de Godheid heeft aanschouwd, dan komt men onder den indruk, dat hier sprake is van een allerhoogste, allerreëelste werkelijkheid, die slechts ervaren wordt door die begenadigden onder de ménschen, die men gewoon is zieners en profeten te noemen. Ik wil trachten U eenigermate onder dien indruk te brengen door eene bladzijde uit het meest bekende zijner geschriften aan te halen.

Sluiten