Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verleend en daarmede tevens de ruimte. Wat naar ruimte zoekt, is hulpbehoevend; het beginsel behoeft echter niet wat uit dat beginsel volgt; het behoeft volstrekt niets; want wat hulpbehoevend is, is hulpbehoevend, omdat het streeft naar zijn beginsel en oorsprong. Wanneer nu het Al-Eéne hulpbehoevend ware, dan zou het er alleen maar naar kunnen streven om niet meer één te zijn, dus dan zou het zichzelf opheffen. Alles nu wat behoefte heeft aan het Goede, heeft ook behoefte aan iets, dat in staat is, het in stand te houden; derhalve kan het Al-Eéne het Goede niet willen, want het is het Meer-dan-goede; het is niet goed ten opzichte van zich zelf; maar wel ten opzichte van de andere dingen, die er deel aan hebben. Het Eéne is ook niet het denken; want in het Eéne is geen onderscheiding en geen beweging; want het is vóór alle beweging en vóór alle denken en daar het in zich -zelf één is, en van geen tegenstelling tusschen het denken en het gedachte weet, behoeft het zichzelf niet te denken. Wil men aan de ongerepte waarheid van het Al-Eéne niets te kort doen, dan mag men zelfs niet beweren, dat het in zich zelf is, ja dan mag men het geen denken of begrijpen, geen zelf-bewustzijn of bewustzijn toekennen. Zonder zelf te denken, is het oorzaak, dat andere wezens denken; en de oorzaak behoort onderscheiden te worden van hetgeen er door veroorzaakt wordt".

„Indien nu God of het Al-Eéne niets van dit alles is, en deze gedachte uw geest aan het wankelen mocht hebben gebracht, verplaats u dan eerst zelf in deze dingen en verhef u daarna van de dingen opwaarts tot God. Uw denken zij daarbij niet buitenwaarts gericht; want God is niet hier of daar, alsof Hij van plaats veranderen kon; maar Hij is alomtegenwoordig voor ieder, die in staat is met Hem in aanraking te komen, en onbereikbaar voor hem, die dit niet vermag. Gelijk men ook bij de gewone dingen onmogelijk iets denken kan, wanneer men aan iets anders denkt of zich met iets anders bezighoudt, doch integendeel aan het gedachte niets mag toevoegen,.opdat het zuiver en onvermengd blijve, zoo moet men ook hier te werk gaan; want wanneer de ziel van een ander

Sluiten