Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die strijd der godsdiensten openbaarde, ten sterkste bewees, hoe ontzaglijk groot de invloed was geworden der Grieksche wetenschap, hoe zij was aangegroeid tot een geestelijke macht, die zich krachtig deed gelden.Qn de antieke wereld was de verstandelijke kennis tot zulk een onafwijsbare behoefte geworden, dat iedere godsdienst, wilde hij zich een invloedsfeer verwerven, zich niet kon beperken tot een beroep op het gevoel, maar zich in de eerste plaats diende te rechtvaardigen voor de rechtbank van het verstand. Godsdienstige overtuigingen lieten zich slechts aannemelijk maken in het schema van een behoorlijk afgesloten dogmatisch stelsel. Dit nu geldt zeker niet het minst van het christendom. Ten einde de antieke wereld te veroveren, moest het christendom de cultuurelementen van die wereld in zich opnemen en verwerken. Het christendom bindt den strijd aan met het Romeinsche rijk als politieke wereldmacht; doch het resultaat is, dat de christelijke kerk zich organiseert met behulp van de hiërarchische elementen, die aan het stelsel van die wereldmacht zijn ontleend. Dientengevolge wordt die kerk ten slotte sterk genoeg, niet in geestelijken, maar in materieelen zin, om zich van den Romeinschen staat meester te maken en als wereldmacht in zijne plaats te treden. Niet anders is het gegaan op het gebied van het denken. De apologeten en kerkvaders hebben, het heidensche denken bestrijdende, hunne wapenen ontleend aan het tuighuis der antieke wijsbegeerte. Aldus heeft de kerk bij hare zelfverdediging zich van de begrippenwereld der heidensche philosophie meester gemaakt, om uit de daaraan ontleende elementen haar eigen dogmatisch stelsel op te bouwen.

Op deze wijze vonden de behoeften der wetenschap en die des levens een terrein, waarop zij elkander ontmoetten JDe wetenschap, zich te vergeefs aftobbende om hare problemen tot bevredigende oplossing te brengen, zocht ten leste haar heil en troost bij den godsdienst.' Wij hebben dit reeds nagegaan bij de behandeling van Plotinus, bij wien de wijsbegeerte zich oplost in de mystieke schouwing van het Al-Eéne. ƒ De godsdienst daarentegen streeft

Sluiten