Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doorgaan; reeds dat te schijnen is hem te veel. Hij is wellicht voor het oog der wereld zeer ongodsdienstig en hij is dat vaak zoo geworden, omdat het kerkelijk-geijkte Jezusbeeld, dat hij in de dagen zijner jeugd opving, kwalijk paste in het geheel der levensen wereldbeschouwing, die hij in later jaren zich gedrongen zag als de zijne te aanvaarden. Naar dat kerkelijk-geijkte beeld verlangt hij niet terug en kan hij niet terug verlangen; want dat beeld is voor hem een dood beeld, dat niets tot hem zegt, en hij begeert niets vuriger, dan van Jezus en zijn persoon een levenden indruk te ontvangen.

Ik zeide zooeven, dat de moderne mensch bij geen mogelijkheid van Jezus kan loskomen. Kunst en litteratuur bewijzen dat. De beeldende kunst, de schilderkunst vooral, heeft Jezus nimmer losgelaten, ook in onze dagen niet en in de hedendaagsche litteratuur ontmoet ge hem overal, zou ik bijna zeggen: bij Kretzmar in zijn roman: „Das Gesicht Christi", bij Sudermann in zijn .Johannes", bij Frentzen in zijn: „Hilligenlei", bij Weisz in zijn „Christusdramen", bij Arthur yan Schendel in zijn „De mensch van Nazareth", bij Chamberlain in zijn „Grundlagen des neunzehnten Jahrhunderts", bij Domela Nieuwenhuis in zijn „Socialisten", bij Schuré in zijn „Grands inaugurés."

Ik doe hier sleehts een enkelen greep uit de veelheid eener litteratuur, die zich niet laat opsommen, maar ik wensch U nog even in herinnering te brengen, hoe in 1833 Alfred de Musset dat zoeken van den modernen mensch in dichterlijke woorden vertolkte, die nog heden gelden, als waren zij eerst gisteren geschreven:

O Christ, je ne suis pas de ceux que la prière Dans tes peuples muets amène a pas tremblants; Je ne suis pas de ceux qui vont k ton Calvaire, En se frappant le coeur, baiser tes pas sanglauts; Et je reste debout sous tes sacrés poztiques, Quand ton peuple fidéle, autour des noirs arceaux, Se courbe en murmurant sous le vent des cantiqaes,

Sluiten