Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achtige gestalte, door het geloovig enthousiasme der opeenvolgende eeuwen in het aanzijn geroepen, zou kunnen worden teruggebracht tot een menschehjke verschijning van niet al te buitengewone afmetingen. Men werd daarbij, zooals ik reeds opmerkte, niet uitsluitend geleid door den drang naar waarheid; de meeste critici kwamen tot de oudste oorkonden van het christendom met eene min of meer duidelijk vooropgezette wereldbeschouwing; en het gevolg was, dat men meestal vond wat men wenschte te vinden. Al heel spoedig, — men denke b.v.b. aan het boek van Renan! — werd het de populaire meening, dat Jezus een heel-gewoon mensch was geweest, een dichterhjk godsdienstig dweper, met iets van een revolutionair, naar wien een kring van eenvoudige, onontwikkelde menschen met graagte geluisterd had, en dat er overigens niet heel veel zekers omtrent zijn persoon was vast te stellen. Ook die periode ging voorbij; want de wateren der critiek verliepen en er vertoonde zich een brok vaste land, een complex van betrouwbare oorkonden, waarop het historisch onderzoek met beide voeten kon staan. Hoe zorgvuldiger dat onderzoek te werk ging, hoe meer men overtuigd werd te doen te hebben met een reëele, historische persoonlijkheid. Hoe getrouwer en realistischer, hoe historischer en menschelijker de persoonlijkheid van Jezus werd opgevat, hoe ongedwongener men haar zich liet afteekenen op den achtergrond van haar tijd en omgeving, des te meer werd men genoopt te erkennen, dat die persoonlijkheid niet volkomen uit haar milieu kon verklaard worden, en dat men hier halt moest maken voor een ondoorgrondelijk mysterie op het gebied van de geschiedenis der menschheid. Indien het historisch-critisch onderzoek iets belangrijks aan den dag heeft gebracht, dan is het wel dit, dat wie den naam van Jezus uitspreekt, een mysterie aanraakt, welks diepte nog niet is gepeild.

Het een tijd lang veldwinnend materialisme heeft daaraan niets ter wereld kunnen veranderen. Het materialisme toch, tot zijn uiterste consequentie doorgevoerd, verklaart het leven tot onzin en moet wel tot volstrekte vertwijfeling leiden. Wie den geest loochent, loochent daarmede tevens de persoonlijkheid en haar beteekenis,

Sluiten