Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Galileesche steden gold de spreekwijze: „Kan uit Nazareth iets goeds voortkomen?"

Juda, in vroeger eeuwen herhaaldelijk van den Jehovahdienst afgeweken en tot allerhanden dienst van vreemde goden maar al te zeer geneigd, had ten slotte volksbestaan en onafhankelijkheid moeten inboeten, bukkende onder de geweldige macht van Baby Ion. De besten zijner zonen en dochteren werden weggevoerd in ballingschap en, aan de wateren van Babel gezeten, werden zij verteerd van heimwee naar de verwoeste Sionsburcht en het in puin gevallen heiligdom, eenmaal door den grooten Salomo gesticht. Doch die smart des lijdens bracht loutering in hun geestelijk bestaan. De tweede Jesaja, „der ballingen trooster", kondigde een betere toekomst aan. Voor Juda, „den lijdenden knecht des Heeren", zouden betere dagen aanbreken en die betere dagen kwamen. Jeruzalem werd herbouwd en een nieuwe tempel verrees op de plek, waar eens het verwoeste heiligdom had gestaan. Juda, als staat ten ondergegaan, herleefde als gemeente en die gemeente klemde zich vast aan al de gewijde herinneringen van den voortijd en zocht daarin de kracht om den last van het heden te dragen. Heel het geestelijk leven werd verankerd in de traditie; de profetie, die bijna immer tegen die traditie had getuigd, werd nauwelijks meer vernomen en ten leste zweeg zij. Met de taaiheid, aan het Semitische ras eigen, klemde de Joodsche gemeente zich vast aan de gewijde overlevering, zooals zij in de heilige schriften der wet en der profeten was neergelegd. Geen wonder, dat bij de gestadige daling van het geestelijk niveau de letter meer werd geëerd dan de inhoud, die door die letter werd vertegenwoordigd, dan de geest, waarvan die letter oorspronkelijk de uiting was geweest. Afgoderij werd niet meer gepleegd; maar nieuwe godsopenbaringen uit profetenmond werden niet meer vernomen. Bij gebrek aan eigen zelfstandig leven trachtte men kracht en bezieling te putten uit de overgeleverde gewijde herinneringen van den voortijd. En aldus nam de herinnering de plaats in, die aan de ervaring toekomt, trad de vorm in de plaats van den inhoud, de letter in de

24*

Sluiten