Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van afzondering in de woestijn van Judea met al haar woeste "verschrikkingen komen de verzoekingen op hem aan. Hem wordt voorgespiegeld, dat hij zijn Messiasroeping zal kunnen ten uitvoer brengen door magische beheersching van de natuur, door bovenaardsche persoonlijke machtsopenbaring, of wel door wereldbeheersching naar den trant der Nebukadnesars en der Caesars. Eerst daarna treedt hij op in de steden en vlekken van Galilea met de heilmare van het Koninkrijk Gods, dat gekomen is. Dat is nu juist het merkwaardige, dat deze profeet getuigt, dat het koninkrijk Gods werkelijkheid geworden is, dat het ideaal in vervulling getreden is. Alle profeten en zieners hadden verkondigd van een toekomst, van hetgeen eenmaal komen zou en geen beeldspraak was hun te stout geweest, om de heerlijkheid van die toekomst af te malen. Hier'is iemand, die durft zeggen: niet het zal komen; maar het is er! Waaraan ontleent deze profeet die stoutmoedigheid, die vermetelheid?

Wat in den mond van ieder ander vermetelheid zou zijn, in zijn mond is het kalme, nuchtere waarheid en werkelijkheid.

Men kan namelijk heel de geschiedenis van alle eeuwen doorloopen en alle groote menschengestalten aan zich voorbij laten gaan, alle wereldveroveraars, alle wijsgeeren en koningen des geestes, alle dichters en kunstenaars, en dan erkennen, dat zij vele groote dingen hebben gedaan en talenten en gaven van verstand en karakter hebben tentoongespreid, die hen ver boven den gewonen doorsneemensch deden uitblinken. En toch vertoont zich bij die allen een keerzijde, een nachtzijde van somberen hartstocht, hetzij zij door onverzadelijken machtshonger worden gekweld, hetzij de hoogte, die zij hebben bereikt, hen duizelig maakt en in zonden van wreedheid of wellust doet verzinken, hetzij leven en leer elkander niet dekken, hetzij al hun denken en streven ten slotte getuigt van onvoldaanheid en onzekerheid aangaande de hoogste en diepste vragen. Sokrates, zeker een van de edelsten onder hen allen, was en bleef toch maar een waarheidszoeker, en hij zou het nimmer gewaagd hebben te beweren: ik heb de waarheid!

Sluiten