Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gered, dan zijn wij doorgaans met ons zeiven tevreden en beelden ons dan in, dat wat in ons doen en laten voor goed en voortreffelijk doorgaat, ook inderdaad goed en voortreffelijk is. Dat onze doorsneebraafheid in hoofdzaak schijn en geen wezen is, wordt maar al te duidelijk openbaar, zoodra onder buitengewone omstandigheden de remmende invloeden wijken, die ons in gewone omstandigheden in het gareel houden. Zie maar eens rond en merk op, wat de buitengewone tijdsomstandigheden, waarin wij leven, in dit opzicht ten gevolge hebben! Hoeveel eigenbaat, geld-en gewinzucht, hoeveel jacht naar fortuin en corruptie is niet openbaar geworden bij velen, op wier braafheid en rechtschapenheid men huizen zou hebben gebouwd! Als door het wegvallen der remmende invloeden het onderbewuste, het primaire, van ons zieleleven aan het woord komt, en het secondaire bewustzijn verdringt, vertoont zich, ook bij de besten onder ons, zooveel leelijks en afschuwelijks, dat wij voor ons zeiven gaan beven en schrikken, en wij komen dan, als wij eerlijk willen zijn, tot het inzicht, dat onze braafheid waarlijk geen verdienste is, maar in hoofdzaak een gevolg van de omstandigheden, die ons weerhouden onze zelfcontrole te verliezen en aan de diepste roerselen van ons gemoed volkomen vrijheid van beweging te gunnen.

Dat alles zou anders zijn, indien wij anders waren/indien tusschen het onderbewuste in ons zieleleven en ons bewustzijn volkomen evenwicht en harmonie bestond.

In dit opzicht is de mensch de eeuwen door vrij wel onveranderd gebleven. Bij de Joden der eerste eeuwen onzer jaartelhng was het niet anders. Wij hebben geleerd de Farizeeërs te beschouwen als bewuste en opzettelijke huichelaars. Mij dunkt, dat die beschouwing niet juist is. De Farizeeërs in Jezus tijd waren even braaf en zedelijk, als wij dat zijn. Hun doen èn laten beantwoordde in alle opzichten volkomen aan de toen geldende doorsnee-moraal. Dat echter hun zedelijke voortreffelijkheid schijn en geen wezen was, bleek eerst duidelijk, toen op heel hun doen en laten het licht der waarheid viel, dat van Jezus' persoonlijkheid uitstraalde.

Sluiten