Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterven is. Koninkrijk der hemelen, koninkrijk Gods, was de naam voor den nieuwen menschheidstoestand, die thans was aangevangen. Het oude was voorbijgegaan en alles was nieuw geworden. Het nieuwe bestond niet in een samenstel van nieuwe verhoudingen, van nieuwe betrekkingen tusschen menschen en menschen of in de voorschriften eener nieuwe moraal. Neen, de menschen zelf waren nieuw geworden, zij waren wedergeboren tot een nieuw zijn. Een nieuwe geboorte brak door en een nieuw geluid werd in de wereld vernomen. Wij vinden daarvan een en ander overgeleverd in de Nieuw-Testamentische geschriften; in het zoogenaamde Boek der Handelingen, in de Brieven van Paulus; doch dit alles staat inderdaad zooverre van ons, dat wij groot gevaar loopen het onvergelijkelijk buitengewone onwillekeurig en zonder besef van de hoogte, waarop het staat, neer te halen tot de gelijkvloerschheid van ons hedendaagsche christendom. Wij vinden in den aanvang een Jezusgemeente, die haar levenskracht en levensvreugde ontleent aan de verzekerdheid, dat Jezus den dood heeft overwonnen en leeft. Ondanks hunne uitwendige armoede gaan deze menschen het leven door als koningen. De sociale kwestie, die in onze dagen heel de wereld ontrust en beroert, is voor hen opgelost. De rijken zijn niet rijk, de armen niet arm; want elk beschouwt het zijne, niet als zijn eigendom, maar als bestemd om daarmede heel de gemeenschap van' dienst te zijn. Zij zijn zonen Gods, kinderen des Vaders, burgers van dat nieuwe Koninkrijk, waarin slechts één gebod geldt, namelijk elkander hef te hebben. Dezelfde intuitieve kracht, die in Jezus openbaar was geworden, wordt ook openbaar in hen. Zij vragen niets, zij behoeven niets; goud en zilver hebben zij niet, maar het oneindig betere en hoogere, dat zij hebben, deelen zij uit met volle handen en heel hun omgeving ziet tot hen op met verwondering. Hun eenige taak bestaat hierin, dat zij verkondigen wat zij terecht noemen: „het woord des levens." Want zij verkondigen geen afgetrokken leer en vermeijen zich niet in het uitspreken van stichtelijke vertoogen of fraai klinkende zedenspreuken ; maar al hun getuigen is een trachten om onder woorden.

Sluiten