Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te brengen, waarvan hun hart vol is, namelijk van het nieuwe leven, waartoe zij herboren zijn en dat zich openbaart in krachten van levensvernieuwing, genezing en reddende liefde, die van hunnen kring uitstroomen in eene ontwrichte, in onnatuur verzonken maatschappij. Voor koningen en overheden moetende verschijnen, kan geen vrees hen vervaren; want het woord van den Meester wordt aan hen vervuld: „Wanneer zij u leiden zullen om u over te leveren, zoo zijt te voren niet bezorgd wat gij spreken zult, en bedenkt het niet; maar zoowat u in die ure gegeven zal worden, spreekt dat; want gij zijt het niet die spreekt, maar de heilige geest."

Dit onverwoestbaar besef van koninklijke wereldoverwinning werpt een blijden, bovenaardschen glans op de eerste gemeente, die zich naar Jezus als heer en meester noemde. Tegenover dit besef staan alle belagers en bestrijders machteloos. De haat van eigengerechtigde Joden, de spotzucht van laatdunkende Grieken, de onverschilligheid van hooghartige Romeinen kunnen niet verhinderen, dat de Christusgemeente zich uitbreidt met verbijsterende snelheid over heel de toenmalige beschaafde wereld. Eerlang, — aldus stond te verwachten, — zou heel de menschheid eene wedergeboorte ondergaan, die haar zou omzetten in Koninkrijk Gods.

Zoo was het in den aanvang; doch bleef het zoo? Of liever ging het zoo voort in geweldige stijging, van kracht tot kracht, en van licht tot licht?

Reeds in de oudste documenten, die ons overgeleverd zijn, vertoonen zich helaas de sporen van daling in plaats van stijging. Want wel behaalde het christendom de uiteindelijke zegepraal op de heidensche volkerenwereld; doch het maakte in dien strijd steeds veelvuldiger gebruik van dezelfde wapenen, die door de tegenpartij werden gehanteerd. De krachten des geestes namen af en als surrogaat werden aangewend de middelen van wereldsche politiek en wereldsche wijsheid om het christendom te maken tot een macht, die zich naast andere aardsche machten kon laten gelden. De organisatie van het Romeinsche rijk werd door de christengemeente overgenomen om zich in te richten als geestelijk-wereldsch instituut

Sluiten