Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de antieke philosofie verschafte haar de denkvormen om een leerstelsel uit te bouwen, dat haar in staat stelde zich naast de heidensche wijsheid van Stoicijnen en Nieuw-Platonisten een acceptabele wetenschappelijke houding te geven. In één woord samengevat : het christendom, dat begonnen was als koninkrijk Gods, werd een godsdienst naast de andere godsdiensten.

Wat Jezus bedoelde, had evenwel met godsdienst niets ter wereld te maken. De evangelische verhalen getuigen er van, dat niemand zoo krachtig bestreden heeft, dat niemand zoo volkomen gebroken heeft met wat in zijne dagen en in zijne omgeving als godsdienst zich gelden liet. Tegenover geboden en instellingen, die door de vrome Joden met de meeste angstvalligheid werden gerespecteerd en nagekomen, stek hij telkens zijn: „Maar ik zeg u". En tegenover het besef van eerbied voor den tempel en het ritueel van de offerdiensten en plechtigheden kondigt hij den aanstaanden ondergang van dit alles aan en waagt hij het woord, dat den Joden wel als godslastering in de ooren moest klinken: „Meer dan de tempel is hier!"

. „Godsdienst" is een louter heidensch begrip. Slechts zelden komt het woord voor in het Nieuwe Testament en dan wel in de beteekenis van weldadige vroomheid, b. v. b- waar Jacobus zegt, dat de ware godsdienst is weduwen en weezen te bezoeken in hunne verdrukking en zich zeiven onbesmet te houden van de wereld. Wat hier in de Staten-vertaling godsdienst wordt genoemd, vindt men elders juister vertaald door „vroomheid".

Van christendom in den zin van: „religie" is in de Nieuwtestamentische oorkonde nergens sprake. „Christelijke religie", een term, die tallooze malen, ook in onze dagen in den mond wordt genomen, is, wel bezien: „eene contradictio in terminis".

„Religie", — ik herhaal het — is een zuiver Romeinsch-Heidensch begrip. Het onderstelt twee kenmerken: ten eerste: eene gestadige herhaling van verrichtingen, waarmede de mensch zich in de oogen der Godheid aangenaam wil maken, een ritus dus, en ten tweede: een meer of minder afgerond stelsel van leerstellige bepalingen, derhalve eene. dogmatiek.

Sluiten