Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit entre, entre je te dis," en hij hield zijn zijzakken open. De beestjes, gehoorzaam, wipten van de tafel er in. De omstanders schaterden en het strijkstertje, die haar oogen niet van de aapjes had kunnen afhouden, zei medelijdend:

„Arme beestjes, nou stopt-ie ze in z'n zak."

„Wacht, straks stop ik jou er bij," antwoordde John en de menigte liep lachend uiteen. Maar het meisje was boos, en ze nam den dichtgeknoopten doek vol strijkgoed weer van de straat op en zei, heengaande, in een eigenaardige Milaneesche zinswending: „Krijg voor mijn part een ongeluk."

„Sacrée garce," mompelde John. En toen, na een oogenblik zwijgens, kwam hij opeens:

„Jij bent toch een verduiveld rare snuiter, eigenlijk. Het eerste van iedereen die me tegenkomt is anders: „Wat doe jij met die apen?" Ze vragen of ik gek ben, en anderen, minder openhartig, behandelen me als zoodanig. Maar jij, nee hoor! Je hebt je soep gegeten, bent met je visch al bijna klaar, hebt me gevraagd of Loucky's staart niet in je soep zou zwiepen, of Moucky zindelijk was, zoo, par simple information, maar waarom ik met die beesten rondloop, de eerste vraag van iedereen, die doe je niet."

„Je weet, John, ik ben niet nieuwsgierig. Een mensch zijn lust... nietwaar? Heb jij zin in aapjesgezelschap: goed; wat gaat mij dat aan? Je zult er een reden voor hebben."

Hij keek even voor zich.

„Een reden? En óf ik er een heb, en een goeie, parbleu." Toen opeens: „Ik heb dat altoos verduiveld leuk in jou gevonden, dat je de menschen neemt zooals ze zijn."

„Eenigste manier," verweer ik me bescheidenlijk.

„Jij lokt nooit confidenties uit en daardoor krijg je ze van iedereen."

„Toe, spreek 'nu niet den heelen tijd over mij; zeg liever

Sluiten