Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duc Alexandre, die ze me cadeau heeft gedaan! Wat een praatjes, wat een ophakken! Hij zou me een andere geven! Alsof ik er een van jou hebben wou!" Zoo ging het een tijdje door: ze was hysterisch opgewonden, gooide me een stortvloed scheldwoorden, in het zuiverste argot, naar m'n hoofd; wat ik hier aanhaal is er maar een zwak staaltje van.

Ik werd ook nijdig, was terug gaan schelden, had niet de nieuwsgierige jongelui's bende om me heen gestaan, waardoor ik me belachelijk voelde. Ik hoorde grinniken, giechelen en een zei er: „Nou, dié krijgt er van langs." Meteen daaide ik me om en sloeg er op los, en als ik sla, sla ik hard; ik meen dan ook me te herinneren, dat er een plat tegen het parket viel. Dat hielp; de heele bende trok terug en zij was van den weeromstuit bedaard. Terwijl ik mijn verontschuldigingen stond te maken, die ze met een mokkend stilzwijgen negeerde, kwamen er drie van m'n slachtoffers — één had er een grappig blauw oog, wat hem erg mal stond ■— te zamen naar me toe en boden me drie kaartjes; mét kroontjes — onnoodig te zeggen. Ik gaf drie van m'n eigen kaartjes zónder kroontje terug. Die platgezeten aap kostte me drie duels; enfin hij kostte me nog een hoop meer, maar in elk geval hadden de duel-uitdagingen haar in zooverre verzoend, dat ik haar souper mocht betalen en haar in een rijtuig thuis brengen. Den dooien aap nam ze in een krant gewikkeld in haar tasch mee, de levende ging in haar mof. In het rijtuig pleitte ik als een officier van het heilsleger, maar ze wilde me haar gunsten niet toestaan. Ik moest tevreden zijn met de belofte dat, als ik haar een anderen aap zou hebben gebracht, ik haar amant de coeur zou worden — stel je voor!.— en voorts met een zoen op m'n lippen, die me wild maakte. Toen zei ze: „Pauvre petit, je zult je toch niet dood laten steken T' (net of het daar ooit in een duel toe komt!), en verdween achter de wentelende hoteldeur.

Sluiten