Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo'n ding reed. Ze gingen naar een groot hotel. De kinderen liepen rustig de hall binnen, vonden dat allemaal blijkbaar heel gewoon. De oude volgde bedremmeld, piekerde over een vriendelijken zin, dien hij nu moest zeggen om het ijs te breken, maar dién hij van verwardheid niet bij elkaar brengen kon. Z'n schoondochter lachte hem nu en dan eens toe, gemaakt, zei geen woord, de kinderen, alsof het vanzelf sprak, waren al in de lift gaan staan, waar hij voor geen geld van de wereld in gedurfd zou hebben.

Eindelijk had hij een mooien zin bedacht, toen hij haar tegen Frederik hoorde zeggen: „Stuur je vader maar naar huis en zeg, dat we vanmiddag wel komen, hij verveelt zich hier toch maar.''

Frederik antwoordde: „Nee, darling, dat gaat toch niet.We gaan samen lunchen."

„Nou, dan blijf ik op mijn kamer," beweerde ze snibbig, „hij slaat me op de zenuwen en — enfin — ik wil niet."

Toen kwam de oude man rustig:

„Frederik, jullie zult je wel willen opknappen en zoo. Kom je vanmiddag gezellig bij me praten?" En hij ging heen.

Het huilen stond hem na terwijl hij naar huis tramde. In z'n kleine woning ging hij zitten voor het raam, legde de plakken chocola, die hij vergeten had aan de kinderen te geven, op de tafel. De ontgoocheling knaagde diep in hem. Dat waren nu z'n zoon, z'n dochter, z'n ldeinkinderen; vreemden, waar hij vér van stond. Voor de vrouw van zijn adellijken kolonel was hij indertijd niet zoo onderdanig beschaamd geweest als voor z'n hooghartige dochter, die hij op haar zenuwen sloeg. „He gets on my nerves" had ze gezegd. Nooit zou hij het nog wagen Engelsch te praten, en zoo toonen, dat hij alles begrepen had.

's Middags kwam de zoon met de kinderen. Zij bleef thuis, had wat hoofdpijn. De kinderen kregen de chocola, deden er werkelijk blij mee. Stoere kinderen waren het met brutale

Sluiten