Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kijkers, die alles in het kamertje met groote verbazing opnamen, lachten om opa's gouwenaar, en van pleizier kraaiden toen pa er ook een opstak voor de gezelligheid.

Zóó was het prettig, zoo moest het maar kunnen blijven. Frederik sprak over z'n zaken in Amerika, toonde foto's hoe ze woonden, prentkaarten van de stad. De tijd vloog om. De oude speelde met de kinderen, flapte er op eens, onbewust, een paar Engelsche zinnetjes uit.

„Spreekt u Engelsch, vader ?" vroeg Frederik.

Hij bloosde als een kind, zei hakkelend, zich in z n woorden verwarrend: „Ja, zie je — een beetje — voor je vrouw en... noti enfin — zoo'n beetje, zie je..."

„Waarom bent u daar niet eerder mee voor den dag gekomen?" vroeg de zoon.

Och zoo — ik dorst niet, bang voor het figuur. Zeg er maar niets van aan je vrouw, beloof je me?" kwam hij, klein en zielig.

Ze zwegen, bot — een heele poos. Toen zei de zoon langzaam: „Ja vader, ze is wat snob — jammer. Zoo'n lieve vrouw anders, en zoo'n goede moeder. Je moet het je niet aantrekken, als ie samen praat is alles anders."

„Nee — nee," weerde de oude af. — „Zeg er maar niks van. Liever niet."

Het gesprek vlotte niet meer, de stemming was weg.

Toen ze een paar dagen later vertrokken, leek 't een opluchting. Ze zei hem goedendag met haar gemaakten glimlach, van de kinderen kreeg hij een zoen, Frederik drukte hem stevig de hand. Hij had hem het spaarbankboekje willen geven voor de kinderen, maar dorst het niet, bang, altijd bang voor een onhandigheid, een mal figuur.

En toen hij dagen later een draadloos telegram kreeg, midden uit den Oceaan, waarin ze hem allen nog eens hartelijk groetten,

Sluiten