Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GOUDEZEL

EEN SPROOKJE UIT DEN HUIDIGEN Tip

TOEN ik van kennissen vernam dat Arie Zonnebloem zich te Rome gevestigd had in een grootsch villa-paleis op den Monte Mario, dat hij den Corso onveilig maakte met een geweldige spiksplinter-nieuwe tuf en eiken dag op de afternoon tea's in het Excelsior-Hotel te bespeuren viel, — inéén woord: dat Arie Zonnebloem knalrijk geworden was, bleef ik met stomme verwondering geslagen. Want ik had hem gekend als arm kantoorklerkje in Amsterdam, waar hij rondliep met uitgerafelde broekspijpen en schoenen met dikke lappen erop; waar het voor Arie een gebeurtenis was als we hem fuifden in de Kroon of in den beroemden Karseboom.

Als bij thans rijk werd, viel mijn eigen verdienste daarin niet te ontkennen. Was hij niet, door mijn bescheiden invloed, toenter-tijd als handelsreiziger in kunstmest in Klein-Azië benoemd, op vijf en zeventig gulden maandelijks en vijf procent van den netto verkoop?

Dus begaf ik me aanstonds op weg naar den Monte Mario om er Arie in zijn „Villa Dandy" te bezoeken. Het was warm en zwoel dien middag en gaarne had ik me de weelde van een rijtuig veroorloofd, indien het niet juist tegen het einde van de maand was geweest. Zweetend, moe en stoffig, belde ik eindelijk aan het indrukwekkende hek. Het duurde een poosje eer een lakei kwam, die me argwanend van achter de spijlen bleef opnemen. Maar mijn krantenschrijvers-ervaring en hebben mij geleerd, dat men zich door lakeien, boden, huisknechts, chauffeurs en verder zich belangrijk achtende menschen, nooit van de wijs moeten laten brengen. „Is m'nheer Zonnebloem thuis?" „Weet ik niet."

Sluiten