Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zie je wel, niks gedaan."

„Ik vind dat hij nogal heel wat gedaan heeft," meende ik.

„Bij wijze van spreken," rechtvaardigde hij zijn uitdrukking; „ik heb het je wel gezegd dat het beest nog nijdig is. Als je hem pest, pest bij terug."

„Wat is er dan?" verwonderde ik me.

„Och," kwam Arie mismoedig, „allemaal valsche munten, of geld dat niet meer in omloop is, dat je aan geen enkele bank meer inwisselen kunt.

En hij toonde me een handvol gemeene looden francs, en voorts wat af gevingerde Lires, waarvan het jaartal óf niet meer leesbaar was, óf van vóór 1863 dateerde.

„Dat is flauw," vond ik verbluft en keek naar Josjo, die met een gezicht alsof hij van niets wist, in een hoek zijn neus tegen den muur stond te wrijven.

„Ja, en dat kan dagen duren; soms om een reden van niks: omdat een vlieg hem hindert, of omdat de haren op zijn rug in de war zitten."

„Je hebt hem zeker verwend."

„O nee, want voor den Arabier deed bij het hoogstens één keer per week en dan nog maar in drachmen. Maar ik heb wel dagen gehad dat hij al maar doorging, dat je dacht dat hij het niet meer deed, maar hij dééd het. Dan is het allemaal Fransen goud. Meestal Louis, ook wel eens, als hij een héél goed buitje heeft, stukken van honderd francs. Daarom ben ik ook in Italië gaan wonen, want de wisselcours op Fransch goud is vrij hoog. Je krijgt gemiddeld voor honderd francs wel honderd en vijf Lire. Je snapt, daar zit een aardige winst aan. Hij geeft me ongeveer tien duizend Lire per dag.

„Jawel," beaamde ik en dacht aan het einde van de maand.

"Maar je moet hem niet dwingen," vervolgde Arie. „Eens heb ik hem wonderolie ingegeven. Ten eerste kon hij het niet

Sluiten