Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Is dat een euphemisme voor den man met de zeis en den zandlooper?" spotte een van ons.

„Nee" — kwam Giulio — „dat is een legende van ons geslacht."

„Vertellen," vonden we.

„Och er valt niet veel te vertellen. Mijn voorvaders waren beesten, zooals vele adellijken uit de school van de Borgia's. De Montanara's zijn niet in hun eerste misdaad gestikt, het bewijs is, dat ik hier nog zit. Maar er is er een, die blijkbaar indertijd nog al indruk heeft gemaakt, een eeuw of wat geleden — met jaartallen zal ik jullïe maar niet vervelen, want ik ben er zelf niet erg in thuis — en die misdaad heet als een vloek op ons geslacht te liggen. Een Montanara heeft toen een grijsaard laten doodranselen. De man had met een bijl den kop ingeslagen van een van Montanara's jachthonden, die een kleindochter van den ouden man de keel had afgebeten. Zoo waren die heeren toen. Toen de oude man lag te kermen onder de marteling en het volk te hoop liep voor de poort van het kasteel en er stil en angstig naar stond te luisteren, is er een bedelmonnik gekomen, die driemaal op de poort geklopt heeft en toen met luide stem den vloek heeft uitgesproken: Dat de man met den witten baard zijn wraak zal blijven uitoefenen op het geslacht der Montanara's, tot den laatsten telg toe.

De laatste telg ben ik, tusschen twee haakjes. En het verhaal gaat, dat dienzelfden dag de hertog van Montanara door een grijsaard is vermoord. Wie die geheimzinnige grijsaard nu is geweest, weet ik niet. De legende zegt natuurlijk de geest van den doodgemartelde. Misschien was het wel zijn broer, of de bedelmonnik zelf. Zoek het maar eens uit. De vermoorde hertog was dien dag juist vijftig jaar geworden. Tot zoover is er niets merkwaardigs in de geheele historie. Maar het merkwaardige begint nu pas. Zijn zoon heet ook op z'n vijftigste jaar

Sluiten