Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wind had geslagen, had Kees binnen een half uur tijds in den steek gelaten, gedaan of hij niet meer bij hem behoorde. Lient je, een aardig meisje dat niet gauw met haar figuur verlegen is, sprong eens op een in volle vaart voorbijkomende tram, toen Kees, in zijn verstrooidheid, brooddronken met zijn stok gedraaid had, dat hij in de lucht snorde, en daarmee eerst een oude dame haar kapothoedje mitsgaders pruik in den hals had geslagen en daarop een pootigen kruier zijn barnsteenen pijp met meerschuimpaardje er op uit den mond. Dat gaf eenig bekijks en booze woorden, waarop Kees met zulk een milddadig verwonderden glimlach reageerde, dat de kruier zijn geduld verloor en z'n mouwen opstroopte. Het verder vervolg heeft Lientje niet gezien.

Maar op zijn best was Kees wanneer hij een winkel binnenging. Hetty, een schat van een meisje, dat erg op Kees gesteld was, had eens een das voor hem gebreid en bij besloot haar iets terug te geven. En zoo stapte hij, in gezelschap van een nieuwen en ongewaarschuwden kennis, een grooten duren winkel binnen, wees met zijn stok op een geweldige bonbonnière en vroeg:

„Hoeveel kost die?"

„Achttien gulden vijftig," zei de bij de hande juffrouw.

Dat vond Kees wel een beetje buitensporig en hij wees op een kleine doos, die maar twaalf gulden bleek te kosten. Na een kwartier stond de heele toonbank vol doozen en doosjes met kakelbonte strikjes en verleidelijke plaatjes. Maar Kees had nog geen keus gedaan, hoewel hij den prijs van een rijksdaalder genaderd was. De vriend was allengs hoe langer hoe meer naar de deur afgezakt en de bij de hande juffrouw begon boos te kijken.

„Hebt u niet wat anders?" vroeg Kees toen. Weldra stond een andere toonbank vol doozen, taarten,

Sluiten