Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met trillende handen stak hij een nieuwe sigaret op, ging uit de loge op den ouden bediende toe, vroeg:

„Kun je een briefje aan die danseres bezorgen?"

„Per carita signore," glimlachte de oude, — „ze is met uw vriend, den duca di Montestella."

„Merci," zei hij stug, ging weer zitten naast den hertog van Montestella, die blasé, verveeld, een krant zat te lezen.

En hij twijfelde een oogenblik. Was ze het geweest, of niet? Zou ze daar toe gekomen zijn, zij, Emma? Het kon niet, en tóch.

Hetgloeide en hamerdeinzijnslapen, de hardemuziekdreunde in zijn hersens, elke paukenslag als een moker ketsend op een stalen staaf, — en hij stond op, verontschuldigde zich, zeide nog een appuntamento, een afspraak te hebben en ging heen.

„Buona fortuna," wenschten enkelen hem glimlachend na.

„Vettura, vettura!" riepen de koetsiers hem buiten toe.

Hij baande zich een weg door hun vrijpostig gedrang, door de menigte van krantenloopers en verminkte bedelaars en met langzamen tred ging hij de steil hellende Gapo le Case op, waar groepen vrouwen samen schoolden onder de lantaarns en hem toeriepen met lokkende woorden.

Boven, bij von Bülow's buitenplaats, de Villa Malta, stond hij even stil. De lucht was zwaar van rozengeur, nachtegalen sloegen met helderen roep en wederroep. — In het maanlicht stonden de hooge witte gevels óp als zilver-omgoten.

In het hotel Excelsior ging hij dadelijk naar zijn kamer, opende wijd de balkondeuren en stond er stil starend in den klaren nacht, vol geuren van jong groen en rozen, en poogde de opstuwende gedachten weg te drukken, te bedaren. Tot de stilte om hem, de leege, liefdelooze hotelkamer daar achter tot een benauwenis groeiden en hij naar beneden ging, naar den bar.

Weinigen waren er. Hall Caine zat er in een diepen leeren

Sluiten