Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aüons, laten we het kort maken. Zeg tegen Montestella, dat het mislukt is."

„Vervloekt, krijschte ze, „ik ga niet meer naar Montestella 1"

„Goed dan zal ik hem een briefje schrijven, hem dankend voor het vriendelijke doch vruchtelooze aanbod mij in jouw persoon gedaan."

„Ik was óók gekomen, als je geen sous had, als Montestella er niets van geweten had," kermde ze.

„Soit, dat wil ik aannemen. Ik geef zelfs toe, dat ook ik gisterenavond in Salone Margherita een dergelijke opwelling heb gehad. Maar dat is nu over. Bonjour, maak het goed en houd je taai. Zorg, dat je een fortuintje spaart tegen den tijd, dat je oud en leelijk bent en zoek je betere vrienden uit dan rasta's in het genre van Montestella." Hij belde.

„Krijg ik niet eens een zoen van je," vleide ze, klein.

„Nee, dat is altijd het begin van het einde."

Opeens stortte ze op hem af, hartstochtelijk, wilde hem omhelzen. Hij wrong zich los, onvermurwbaar. „Denk om den bediende," zei hij kort, toen de deur open ging.

„Laat die dame uit," gelastte hij.

Ze ging. Toen de deur gesloten was, rekte hij zich, keek in den spiegel, verwonderd, dat dit alles zóó gebeurd was, dat het mogelijk was geweest. Een zonderlinge trots voelde hij, trots over zijn overwinning en een wijd reusachtig geluk, geluk over zijn eindelijke bevrijding uit den ban, den toover der smartelijke herinnering, die hem jaren was bijgebleven als een schaduw over al zijn denken. En hij ademde diep, voelde zich verlost en vrij en gelukkig. Toen zag hij de bloemen liggen, die uit haar keurs waren gevallen, bij de worsteling. Hij wierp ze uit het venster en opeens, na den feilen strijd, zakte hij ineen, snikte, snikte als toen, jaren her, toen ze hem verlaten had. 64

Sluiten