Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LA SFREGIATA

MORGEN krijgen wij een nieuwe meid, signorino," zeide me vrouw Tutino op een avond, toen ik zeifin de keuken m'n petroleumlamp vulde.

Betere kost juffrouw dan de signcra Tutino heb ik nooit gehad. Op alles lette ze, en ze verzorgde me met een moederlijke oplettendheid. Ze vond het daarom heel erg, dat ze in de drukte van het huishouden vergeten had mijn lamp te vullen. „Is het een goede meid?'' vroeg ik, zoo maar eens. „O, zeker. Een fatsoenlijk meisje. Ze heet Annunziata, poverella!" (de stakker.)

Italianen hebben meer van die geijkte stopwoorden, die eigenlijk zeer te onpas nu en dan gebruikt worden en over dat „poverella" dacht ik niet meer, toen ik bij mijn brandende lamp ging zitten en het artikel voor de krant afmaakte. Het werd laat dien nacht, en toen ik 's morgens opstond en in de keuken ging om versch water te halen, vond ik Annunziata al druk bezig met het uitpersen van versche tomaten, voor de saus over de macaroni.

Drommels, dacht ik, dat is een knap ding en steelsgewijze bleef ik naar haar kijken, terwijl de groote lampetkan vol liep. Het was een type van Romeinsche schoonheid, zooals men ze vooral aan de overzijde van den Tiber, in Trastevere, nog vele vindt. Een trotsche kop met even gebogen, fijn gevleugelden neus, een kleine mond met kantig vooruitstekenden bovenlip en een zeer ronde kin. Groote, donkere oogen, met lange gitten wimpers, die vreemd ver uit het profiel staken, de ooghoeken fel, steenrood, de leden zoo blauw geaderd, dat ze violet geleken. En over het ronde gewelfde voorhoofd, met de fijn gepenseelde wenkbrauwbogen, de dartelende, weerbarstige paarszwarte lokken.

Sluiten