Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scn, twintig, dertig paar en dan slapen, tot 's avonds de dienst weer begint. Afgesnauwd worden door den portier en den ober en den gérant, vergeten worden door de vertrekkende gasten en zonder spaarpot in het volgende seizoen weer in een ander hotel misschien, met nóg lager loon en verval, tot ik als oude bibberende sloof in den een of anderen tienden rangs gribus verzeild raak en er blijf, als een ouwe hond. — Daar — dat is alles. — Het had natuurlijk alles anders kunnen loopen, als je het vooruit geweten had, als je fatsoenhjk gebleven was, niet langzamerhand gezakt was in de modder van het kellner sbedrijf, je niet afgegeven had met allerhande rapalje en zijn praktijken, die vooral in Napels er wezen mogen. Als je van een vak alleen de smeerlapperij leert en niet den goeien kant, dan ga je naar den bliksem. Ik ben nooit een goeie portier, een eerste rangs kellner geweest. Dan was ik nou boven-Jan, had ik een aardig spaarduitje.

Ja — man — zoo is het. Jij weet misschien met je geld geen raad en voelt je toch ongelukkig. Ten minste zooeven, toen ik met het smoesje of je gebeld had, in je kamer kwam, zag je er uit of je wou gaan huilen. Maar jij staat op en gaat slapen wanneer je wilt, je kunt op je ouden dag afleiding zoeken en betalen, jij hoeft niet, eiken keer, dat die beroerde bel rammelt, op te staan om afgesnauwd te worden, door kregelige wezens, of om rare adressen op te geven aan pierewaaiers of wat dan ook.

Van Beveren zat stil — keek naar den ouden vertellenden man, die zich allengs opwond, de korte zinnen er uit beet, zinnen vol haat en walging.

„Hoe zou ik je kunnen helpen?" vroeg hij op laatst. „Aan mij valt niet te helpen," deed de kellner stug. „Ik zak toch altijd weer aan lager wal. Je kunt me een nieuw stel kleeren geven. De kleeren maken den man. Met nieuw tuig: een goeien rok, schoon heel linnen, goeie schoenen, nemen ze je nog wel 94

Sluiten